Europese Beweging:
Milieubeleid

Milieubeleid

Olievaten

De Europese Unie streeft naar bescherming en verbetering van het milieu. Dat is in het belang van de huidige én toekomstige bewoners van Europa.

Vervuiling trekt zich niets aan van landsgrenzen. Daarom is de bestrijding van problemen zoals water- en luchtverontreiniging alleen mogelijk als landen samenwerken. In Europa wordt dan ook steeds meer samengewerkt op dit gebied. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met andere belangen, zoals werkgelegenheid.

Een groot deel van de Nederlandse milieuwetgeving is het gevolg van Europese voorschriften.

Inhoud

1.

In vogelvlucht

De meeste milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. Zo zorgen Nederlandse bedrijven en het Nederlandse wegverkeer voor luchtvervuiling die gedeeltelijk terechtkomt in onze buurlanden. Andersom werkt het ook: Nederland heeft bijvoorbeeld te maken met rivierwater uit de Maas en de Rijn dat vervuild is door industrieën in België, Duitsland en Frankrijk. De uitstoot van broeikasgassen zorgt zelfs voor problemen die wereldwijde gevolgen kunnen hebben.

Europese Unie

De Europese Gemeenschap, de voorloper van de EU, zag al jaren geleden in dat een gemeenschappelijke aanpak van milieuproblemen noodzakelijk was om lucht en water binnen Europa zo schoon mogelijk te houden. In 1972 stelde de Europese Commissie het eerste Milieu Actieprogramma op. Inmiddels wordt een belangrijk deel van de Nederlandse milieuwetgeving bepaald door Europese milieurichtlijnen.

Een Europese aanpak van milieuproblemen ligt niet alleen voor de hand omdat veel van die problemen grensoverschrijdend zijn; het is ook in het belang van een vrije en eerlijke concurrentie.

Als in één land veel strengere milieu-eisen zouden gelden dan in andere lidstaten, zouden bedrijven in dat 'strenge' land benadeeld worden ten opzichte van concurrenten in het buitenland. En omgekeerd geldt dat bedrijven in een land dat soepele milieuregels hanteert, in het voordeel zouden zijn tegenover producenten in andere lidstaten. Volgens de EU stimuleren strikte milieunormen ook de innovatie en bieden ze zo nieuwe kansen voor het bedrijfsleven. Hoewel een uniforme aanpak het uitgangspunt is, kan in bepaalde gevallen rekening worden gehouden met plaatselijke omstandigheden.

Het Zesde Milieuactieprogramma

Het zesde Milieuactieprogramma van de Europese Unie "Milieu 2010: Onze toekomst, onze keuze" loopt van juli 2002 tot en met juli 2012.

Het actieprogramma is gebaseerd op vijf strategische acties:

  • betere uitvoerbaarheid van de regels
  • de milieudimensie integreren in beslissingen op andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld landbouw en vervoer)
  • het bedrijfsleven betrekken bij beleidsbeslissingen en samenwerken met de markt
  • de consument betrekken bij het beleid en het gedrag van burgers proberen te veranderen
  • rekening houden met het milieu bij beleidsbeslissingen inzake ruimtelijke ordening

De vier belangrijkste actiegebieden van het programma zijn:

1. Klimaatverandering

De EU wil de uitstoot van broeikasgassen terugdringen tot een niveau waarop geen kunstmatige veranderingen in het klimaat optreden. Op grond van het Kyoto-protocol moet de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 acht procent lager liggen dan in 1990. Dit streefgetal geldt voor de EU als geheel; de doelstelling verschilt van land tot land.

Uit de meest recente gegevens van het Europees Milieuagentschap over het jaar 2010 blijkt dat de Europese Unie goed op schema ligt om haar doelstelling - het terugdringen van CO2-uitstoot met 20% - te behalen. In 2009 was het emissieniveau 17% lager dan in 1990 (het referentiejaar voor de meeste landen). Uit de cijfers van het Europees Milieuagentschap valt verder af te leiden dat de daling van de emissies voornamelijk komt door dalingen van de uitstoot in de landbouwsector en de afvalsector. De uitstoot in de Europese energiesector is de laatste jaren gestabiliseerd. De vervoerssector laat daarentegen een aanhoudende stijging van de uitstoot zien. In deze sector ligt dus de uitdaging om ook hier tot een daling van de emissies te komen.

In januari 2007 kwam de Europese Commissie met plannen om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 nog verder terug te dringen. Voor de gehele Europese Unie zou de uitstoot in 2050 verminderd moeten zijn tot de helft van de uitstoot in 1990. Voor Nederland gaat het om een reductie van 16 procent ten opzichte van 2005. De temperatuurstijging mag niet hoger worden dan 2 graden Celsius.

2. Natuur en biodiversiteit

De EU streeft naar de bescherming en het herstel van de natuur. De achteruitgang van de biodiversiteit (soortenrijkdom) moet worden gestopt. Uit onderzoek blijkt dat één op de zes zoogdieren, de helft van alle soorten zoetwatervissen, bijna de helft van alle reptielensoorten, en honderden plantensoorten met uitsterven worden bedreigd.

Om de Europese natuur te behouden heeft de EU het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden dat het belangrijkste onderdeel is van het beleid van de EU voor behoud en herstel van de biodiversiteit. Natura 2000, een richtlijn uit 1992, is in 2008 verder uitgebreid. Bijna 20% van het grondgebied van de EU-lidstaten en 100.000 km2 van de zeeën is nu beschermd natuurgebied.

Tijdens de Athene-conferentie in april 2009 werd geconcludeerd dat er aan het beleid rondom biodiversiteit nog veel moet worden verbeterd. Benadrukt werd hoe belangrijk een duidelijke communicatie is voor de werking en gevolgen van huidig en toekomstig beleid. Ook kwam naar voren dat meer aandacht moet worden besteed aan de duurzaamheid van Natura 2000. Bovendien werd aanbevolen dat de EU verder moet kijken dan reeds beschermde gebieden en zich moet richten op de samenhang tussen verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Een betere integratie van het biodiversiteitsbeleid in andere relevante beleidsterreinen moet bevorderd worden.

3. Milieu en gezondheid

De milieukwaliteit moet van zodanig niveau zijn die de volksgezondheid niet negatief beïnvloedt. Onderzoek naar gezondheidsrisico's en de samenhang tussen milieu en gezondheid wordt dan ook gestimuleerd. Maar er wordt ook regelgeving aangenomen op dit gebied, zoals regels voor geluidhinder en vervuiling.

4. Duurzaam beheer van natuurlijke energiebronnen en afvalstoffen

Er mogen niet meer natuurlijke hulpbronnen worden verbruikt dan het milieu kan verwerken. Daarom is het belangrijk de hoeveelheid afvalstoffen te verminderen: doelstelling voor 2010 was een vermindering van 20%; voor 2050 wordt een halvering nagestreefd.

Lees meer

2.

Wie doet wat?

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Het initiatiefrecht voor nieuwe voorstellen berust bij de Europese Commissie. Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Milieu:

Verder is er ook een eurocommissaris voor Klimaatactie actief:

Connie Hedegaard

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Voor voorstellen over de ruimtelijke ordening, waterbeheer en bodembestemming geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Fiscale maatregelen worden besloten volgens de procedures die gelden voor fiscaal beleid.

De raadsformatie die beslist over het Milieubeleid is de Raad Milieu. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

In het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Plaatsvervangende leden voor Nederland zijn:

Voor de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het Europees Parlement en de Raad niet tot overeenstemming weten te komen, wordt met behulp van een bemiddelingscomité naar een uitkomst gezocht.

3.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

United Nations Environment Programme

Overig

Inhoud

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: