Europese Beweging:
Griekenland

  • 1959
    Griekenland vraagt associatie met EEG aan
  • 1959
    Onderhandelingen met betrekking tot associatie van Griekenland met EEG van start
  • 1961
    Associatieovereenkomst tussen EEG en Griekenland getekend
  • 1962
    Associatieovereenkomst tussen Griekenland en Gemeenschap in werking
  • 1975
    Griekenland dient officieel verzoek om toetreding tot Europese Gemeenschap in
  • 1976
    Raad spreekt zich uit voor verzoek Griekenland om toetreding tot Gemeenschap
  • 1976
    Formele opening onderhandelingen over toetreding Griekenland tot Gemeenschap
  • 1979
    Akten inzake toetreding Griekenland ondertekend in Athene
  • 1981
    Griekenland tiende lidstaat van Europese Gemeenschap
  • 1981
    Verkiezing Griekse afvaardiging in Europees Parlement
  • 1985
    Nationale parlementsverkiezingen in Griekenland
  • 1989
    In Griekenland en in Luxemburg worden nationale parlementsverkiezingen gehouden
  • 1989
    In Griekenland worden nationale parlementsverkiezingen gehouden
  • 1992
    Griekenland ratificeert Verdrag betreffende de Europese Unie
  • 1998
    Griekse drachme treedt toe tot wisselkoersmechanisme van EMS
  • 1999
    Griekenland legt oorkonden neer voor ratificatie van Verdrag van Amsterdam
  • 1999
    Verkiezingen voor Europees Parlement in Oostenrijk, België, Spanje, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Portugal en Zweden
  • 2000
    Commissie stelt Griekenland voor om twaalfde lid te worden van euro-zone
  • 2000
    Griekenland wordt 12de lid van Eurozone
  • 2006
    Griekenland 25 jaar lid EG; Spanje en Portugal 20 jaar

Griekenland

Griekenland

De Republiek Griekenland is een overwegend agrarisch land dat honderden eilanden omvat. Sinds 1981 is het lid van de Europese Gemeenschap. Griekenland wordt beschouwd als de bakermat van de democratie en heeft een rijke culturele historie.

Griekenland werd onafhankelijk in 1829, na een vrijheidsstrijd tegen het Ottomaanse rijk. De grote belangstelling voor de klassieke oudheid bracht vanaf het midden van de negentiende eeuw archeologische expedities naar Griekenland, waarbij vele kunstschatten verhuisden naar toonaangevende musea in Duitsland (Pergamon altaar), Frankrijk (Venus van Milo), Engeland (Parthenon-beelden) en Rusland. De fascinatie met Griekenland beïnvloedde in die tijd ook diepgaand de architectuur van vele Europese en Amerikaanse steden, en leidde ook tot de introductie van de 'moderne' Olympische Spelen door de Fransman Pierre de Coubertin. Deze werden gehouden in de Griekse hoofdstad Athene, in 1896.

Griekenland profiteerde van het uiteenvallende Ottomaanse Rijk door het grondgebied uit te breiden, dat in 1947 de huidige omvang bereikte. Na de Tweede Wereldoorlog sloeg een bloedige burgeroorlog tussen een sterke communistische beweging en het leger diepe wonden in de Griekse maatschappij. In 1967 kwam een kolonelsregime aan de macht na een staatsgreep. In 1974 kwam een einde aan die dictatuur en keerde de democratie weer terug. Tot 1973 was Griekenland een koninkrijk.

Na de val van de dictatuur trad Griekenland versneld toe tot de Europese Unie. Binnen de Europese Unie heeft het land nooit bekend gestaan als 'het beste jongetje van de klas' en in 2009 bracht Griekenland de stabiliteit van de euro zelfs in gevaar toen bekend werd dat het land kampte met een zeer groot begrotingstekort en een hoge staatsschuld.

Toonaangevende Griekse musici waren de operazangeres Maria Callas, de volkszanger Mikis Theodorakis en componist Xenakis. De romanschrijver Giorgos Seferis en de dichter Elytis Odysseus wonnen de Nobelprijs voor de literatuur. Op sportgebied onderscheidden zich de gewichtheffer Pyrros Dimas (gouden medailles tijdens de Olympische Spelen van Barcelona, Atlanta en Sydney), en de nationale basketbalploeg. Het Griekse nationale voetbalelftal verraste vriend en vijand door in 2004 de Europese Kampioenschappen te winnen.

1.

Politieke situatie

Op 11 november 2011 is een (nationaal) interimkabinet aangetreden onder leiding van oud-vicepresident van de ECB Loukas Papademos. Het volgde het sociaaldemocratische kabinet op, dat sinds de verkiezingen van oktober 2009 regeerde met Giorgos Papandreou als premier. Het kabinet-Papandreou moest vele hervormingen doorvoeren om het begrotingstekort en de staatsschuld van Griekenland terug te dringen. In juni 2011 vond een ingrijpende ministerswisseling plaats en in november overleefde het kabinet een vertrouwensstemming, maar kort daarna werden vorming van een overgangsregering en nieuwe verkiezingen (februari 2012) aangekondigd.

Griekenland heeft een roerige recente politieke geschiedenis achter de rug. Na de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog brak een burgeroorlog uit, die duurde tot 1949. In 1967 werd de democratische situatie opnieuw verstoord door een militaire staatsgreep. Dit kolonelsregime verbande de koning. In 1973 werd Griekenland een republiek en dat bleef het nadat in 1974 het kolonelsregime ten val was gekomen.

De politiek wordt vanaf die tijd gedomineerd door twee partijen: de socialistische partij PASOK en de conservatieve partij Néa Dimokratía  (ND). Meestal weet één van deze partijen een absolute meerderheid te behalen in het parlement, waardoor de winnende partij een regering kan vormen.

Opvallend is de belangrijke rol die bepaalde families binnen de Griekse politiek spelen. De familie Papandreou leverde liefst drie Griekse minister-presidenten, onder wie de vorige premier Giorgos Papandreou (PASOK). Ook de oom van voormalig premier Kostas Karamanlis (ND) was eerder minister-president van Griekenland. 

2.

Staatsvorm, partijen en kiesstelsel

Na de val van het Griekse kolonelsregime in 1974 werd de Grondwet van 1952 opnieuw van kracht, behalve de artikelen die te maken hadden met de monarchie. In de Grondwet die in 1975 werd aangenomen werd de presidentiële, parlementaire monarchie verankerd.

De president wordt gekozen door de leden van het parlement voor een termijn van vijf jaar. Hij heeft geen werkelijke macht.

Meestal lukt het de winnende partij een absolute meerderheid te behalen in het parlement. De leider van die partij wordt in dat geval door de president benoemd tot minister-president. De minister-president draagt vervolgens ministers voor, die ook door de president worden benoemd. Ministers zijn meestal tevens lid van het parlement. Als geen van de politieke partijen een absolute meerderheid behaalt in het parlement, krijgt de leider van de grootste partij de opdracht een coalitie te vormen.

Parlementariërs worden gekozen voor een termijn van vier jaar. Op verzoek van de regering kan de president het parlement eerder ontbinden, zodat nieuwe verkiezingen kunnen worden gehouden. De regering kan om ontbinding van het parlement vragen in de hoop tijdens de verkiezingen een nieuw mandaat te krijgen voor een kwestie van nationaal belang.

De rechterlijke macht in Griekenland opereert onafhankelijk van de wetgevende en uitvoerende machten. De hoogste rechterlijke macht wordt gevormd door drie hoven: de Raad van State, het Hof van Cassatie en de Griekse Rekenkamer. Griekenland kent geen permanent constitutioneel hof. Wel kan een Speciaal Hoogste Hof worden ingesteld, bestaande uit rechters van de drie instituties van de rechterlijke macht. Uitspraken van dit speciaal samengestelde hof zijn bindend, ook voor de drie andere hoven.

kiesstelsel

Het Griekse parlement bestaat uit 300 rechtstreeks gekozen leden. 288 daarvan komen van kieslijsten in één van de 56 regionale kieskringen. Sommige van die kieskringen zijn goed voor één zetel, andere voor meerdere zetels. De partij die de verkiezingen wint krijgt een bonus van 40 zetels die worden gevuld met kandidaten uit die kieskringen. De overige 12 zetels worden evenredig toegewezen aan landelijke kandidaten van de meest succesvolle partijen tijdens de verkiezingen. Voor de verdeling van deze 12 zetels wordt heel Griekenland als één kiesdistrict beschouwd.

partijen

De grootste politieke partijen in Griekenland zijn de sociaaldemocratische partij PASOK (Panellinio Sosialistiko Kinima, Panhelleense Socialistische Beweging) en de partij Néa Dimokratía (ND, Nieuwe Democratie). Beide partijen werden in 1974 opgericht, na de val van het kolonelsregime.

Kleinere partijen die in het parlement vertegenwoordigd zijn, zijn KKE (Kommounistiko Komma Elladas, Griekse Communistische partij), de orthodox-nationalistische LAOS (Laïkós Orthódoxos Synagermós, Orthodoxe Volksbeweging) en linkse milieupartij SYRIZA (Synaspismos tis Aristeras ton Kinimaton kai tis Oikologias, 'Coalitie van Links, Bewegingen en Ecologie').

3.

Huidige kabinet

De huidige interimregering wordt gevormd door ministers van PASOK, ND en LAOS en staat onder leiding van premier Loukas Papademos.

Gezichtsbepalende ministers in het kabinet zijn minister van Buitenlandse Zaken Stavros Dimas en minister van Financiën Evangelos Venizelos. Laatstgenoemde is namens Pasok tweede vicepremier. Eerste vicepremier is Theodoros Pangalos van ND.

4.

Zetelverdeling Vouli sinds 1981

jaar

ND

Pasok

CP

Links

Centr

Ov.

verkiezings-

datum

1981

115

172

13

     

18 oktober

1985

126

161

12

   

1

2 juni

1989

145

125

 

28

 

2

18 juni

1989

128

148

 

21

 

3

5 november

1990

150

123

 

19

 

8

8 april

1993

111

170

9

   

10

10 oktober

1996

108

162

11

10

 

9

22 september

2000

125

158

11

6

   

9 april

2004

165

117

12

6

   

7 maart

2007

152

102

22

14

 

10

15 september

2009

160

91

21

13

 

15

4 oktober

5.

Kabinetten vanaf 1981

naam

periode     

kleur

partijen

belangrijke ministers

A.Papandréou I

21 oktober 1981-5 juni 1985

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Charalampopoulos

A.Papandréou II

5 juni 1985-2 juli 1989

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Papoulias

Tzannetakis

2 juli-12 oktober 1989

centrumrechts

ND-Syn

BuZa: Tzannetakis

Grivas

12 oktober-23 november 1989

interim

geen

BuZa: Papoulias

Zolotas

23 november 1989-11 april 1990

grote coalitie

ND-Pasok-Syn

BuZa: Samaras

Mitsotakis

11 april 1990-13 oktober 1993

centrumrechts

ND

BuZa: Samaras

1992 Mitsotakis

A.Papandréou III

13 oktober 1993-22 januari 1996

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Papoulias

Simitis I

22 januari 1996-25 september 1996

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Pangalos

Simitis II

25 september 1996-13 april 2000

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Pangalos

1999 G. Papandréou

Simitis III

13 april 2000-10 maart 2004

sociaaldem.

Pasok

BuZa: G. Papandréou

Karamanlis I

10 maart 2004-19 september 2007

centrumrechts

ND

BuZa: Molyviatis

2006: Bakoyannis

Karamanlis II

19 september 2007-7 oktober 2009

centrumrechts

ND

BuZa: Bakoyannis

Fin/EZ: Alogoskoufis

2009: Papathanassiou

G.Papandréou I

7 oktober 2009-17 juni 2011

sociaaldem.

Pasok

BuZa: G. Papandréou

2010 Droutsas

Fin: Pangalos

G.Papandréou II

17 juni 2011-11 november 2011

sociaaldem.

Pasok

BuZa: Lambrinidis

Fin: Venizelos

Papademos

11 november 2011-

grote coalitie

(Pasok, ND, LAOS)

BuZa: Dimas

Fin: Venizelos

6.

Kerngegevens

hoofdstad

Athene

staatshoofd

President Karolos Papoulias (sinds 12 maart 2005)

regeringsleider

Interim-premier Lukas Papademos(vanaf 10 november 2011)

7.

Bevolking

aantal inwoners

10.760.136

2,1% van de EU

% van de bevolking jonger dan 15

14.2% (mannen: 787143/vrouwen: 741356)

 

% van de bevolking van 15 t/m 64

66.2% (mannen: 3555447/vrouwen: 3567383)

 

% van de bevolking ouder dan 65

19.6% (mannen: 923177/vrouwen: 1185630)

 

gemiddelde levensverwachting

79.92 jaar

 

geletterdheid

96%

 

8.

Economie

bruto binnenlands product (bbp)

$305,6 miljard

2,0% van de EU

bijdrage van landbouw aan bbp

3.6%

 

bijdrage van industrie aan bbp

18%

 

bijdrage van dienstensector aan bbp

78.3%

 

werkloosheid

17%

 

9.

Geografie

oppervlakte

131.957 km²

3,0% van de EU

laagste punt

Mediterranean Sea 0 m

 

hoogste punt

Mount Olympus 2917 m

 

10.

Positie in Europa

aantal zetels in het
Europees Parlement

22 van de 736 zetels

stemgewicht in de
Raad van Ministers

12 van de 345 stemmen

gastland Europese
organen

Agentschap Europese Unie:
Europees Agentschap voor de Wederopbouw (EAR)
Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding

prominenten in
Europa

Europese Commissie:

Maria Damanaki (belast met maritieme zaken en visserij)

rechter Europees Hof van Justitie:

V. Skouris

Europese ombudsman:

Nikiforos Diamandouros Ph.D.
 
Bovenstaande gegevens zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op het CIA World Factbook.

11.

Volkslied

Titel: Imnos pros tin Eleftherian

12.

Staatkundige ontwikkelingen

05.11.2011
Prime Minister Georgios Papandreou wins a confidence vote in parliament (153-145). However, he subsequently agrees to resign in favour of an interim coalition government. On November 10 Loukas Papadimos is named to head it. He is sworn in on November 11, his government including Stavros Dimas as foreign minister, Dimitris Avramopoulos as defense minister, and Tassos Giannitsis as interior minister; Evangelos Venizelos remains finance minister. On November 16 the new government wins a confidence vote (255-38).
 
17.06.2011
In a cabinet reshuffle, Stavros Lambrinidis is appointed foreign minister, Panos Beglitis defense minister, Charis Kastanidis interior minister, and Evangelos Venizelos finance minister. On June 21 the government wins a confidence vote in parliament (155-143).
 
07.09.2010
In a cabinet reshuffle, Dimitrios Droutsas becomes foreign minister.
 
01.04.2010
Former prime minister and foreign minister (1989) Tzannis Tzannetakis dies.
 
03.02.2010
Parliament reelects Karolos Papoulias as president (266 votes of 298 members present).
 
 
Bron: www.rulers.org
Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: