Europese Beweging:
Italië
Submenu:
Nieuws-items bij Italië
-
1951
Ondertekening Verdrag van Parijs: besluit tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal -
1976
Italië schorst officiële notering van buitenlandse valuta's tegenover lire -
1976
Maatregelen Italie om deposito's bij Centrale Bank te verhogen en wisseltermijn buitenlandse valuta's te beperken -
1976
Italië herneemt officiële notering van buitenlandse valuta's tegen lire -
1976
Maatregelen Italiaanse regering om daling lire te stoppen en openbare financiën te saneren -
1976
Beschermingsmaatregelen voor Italiaanse lire -
1976
Centrale banken van lidstaten verlenen Italë op korte termijn monetaire bijstand -
1976
Goedkeuring plan-Andreotti door Italiaanse regering om door fiscale, monetaire en sociale maatregelen daling van lire te stoppen -
1983
Nationale parlementsverkiezingen in Italië -
1985
In Italië worden presidentsverkiezingen gehouden -
1987
In Italië vinden nationale parlementsverkiezingen plaats -
1990
Italië ondertekent Schengen-overeenkomst -
1992
Italië ratificeert Verdrag betreffende de Europese Unie -
1996
Italiaanse lire opnieuw opgenomen in wisselkoersmechanisme van EMS -
1998
Italië legt oorkonden neer voor ratificatie van Verdrag van Amsterdam -
1999
Verkiezingen voor Europees Parlement in Oostenrijk, België, Spanje, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Portugal en Zweden
Italië - Hoofdinhoud
Italië is sinds 1945 een republiek. Sinds dat jaar ontwikkelde het land zich, ondanks vele regeringswisselingen, tot de vierde economie van West-Europa. Er bestaat wel een grote tegenstelling tussen het zeer welvarende noorden en het veel armere zuiden. De bevolking is overwegend katholiek.
Het land bestaat sinds 1861 als eenheidsstaat, toen persoonlijkheden als Garibaldi, Cavour en koning Viktor Emmanuel van Savoie de verschillende staten van het schiereiland verenigden. De pauselijke bezittingen, die toen nog grote delen van centraal-Italië besloegen, werden teruggebracht tot wat nu Vaticaanstad is. In de eerste helft van de twintigste eeuw had Italië een koloniaal rijk dat onder meer Libië, Ethiopië en Somalië omvatte. Het fascistische bewind van Mussolini overleefde de Tweede Wereldoorlog niet.
Beroemde Italiaanse componisten zijn Vivaldi, Rossini, Verdi en Puccini. Iconen uit de Italiaanse cinema zijn de filmregisseurs Luchino Visconti en Federico Fellini; belangrijke Italiaanse acteurs zijn Sophia Loren, Claudia Cardinale en Marcello Mastroianni.
Prominenten uit de Italiaanse sportgeschiedenis zijn de skiër Alberto Tomba, de wielrenners Fausto Coppi, Gino Bartali, Felice Gimondi, Marco Pantani en Mario Cipollini, de schaatsers Roberto Sighel en Enrico Fabris, en de motorcoureurs Max Biaggi, Valentino Rossi en Loris Capirossi. Het Italiaanse voetbalelftal werd vier keer wereldkampioen (in 1934, 1938, 1982 en 2006) en had in onder anderen Gianni Rivera, Paolo Rossi, Dino Zoff en Paolo Maldini sterspelers. Ook boekt Italië traditioneel grote successen bij het schermen, schieten, roeien en volleybal. De snelwandelaar Schwazer won in 2008 goud op de Olympische Spelen.
Inhoudsopgave van deze pagina:
- 7. Bevolking
- 8. Economie
- 9. Geografie
- 10. Positie in Europa
- 11. Volkslied
- 12. Staatkundige ontwikkelingen
Oud-eurocommissaris Mario Monti leidt sinds 16 november 2011 kabinet van technocraten. Hij vormde het kabinet nadat het centrumrechtse kabinet van Silvio Berlusconi aftrad vanwege de financiële problemen. Dat kabinet regeerde sinds de verkiezingen van 2008, waarbij Berlusconi's coalitie het centrumlinkse blok van sociaaldemocraten en links-liberalen versloeg. Berlusconi leidde in 2008-2011 zijn vierde kabinet, sinds hij in 1994 zijn intrede in de Italiaanse politiek deed.
De positie van het kabinet verzwakte, nadat in juni 2010 Kamervoorzitter Gianfranco Fini en een deel van de Nationale Alliantie uit het samenwerkingsverband met Berlusconi stapte. Ook raakte de premier verwikkeld in enkele schandalen. In november ontstond een crisis door het uittreden van enkele ministers. In 2010 en 2011 overleefde hij vertrouwensstemmingen in Senaat en Kamer. In november 2011 verloor het kabinet-Berlusconi feitelijk zijn meerderheid.
In de Italiaanse politiek begon in 1993 een nieuwe fase, toen het door de christendemocraten (Democrazia Cristiana) en socialisten (Partito Socialista Italiano en Partito Socialista Democratico Italiano) gedomineerde politieke stelsel door diverse schandalen 'failliet' was gegaan. In 1993 werd per referendum besloten tot een nieuw kiesstelsel, dat de vorming van nieuwe partijformaties bevorderde. Na de verkiezingen van 1994 kwam de populistische mediamagnaat Berlusconi voor de eerste maal aan het bewind als aanvoerder van zijn partij Forza Italia ('Vooruit Italië').
Tussen 1945 en 1994 was de Italiaanse politiek zeer instabiel. Er waren maar liefst vijftig kabinetten, met onder anderen christendemocraten als Alcide De Gasperi (tussen 1946 en 1953), Aldo Moro (tussen 1963 en 1978), Mario Rumor (tussen 1968 en 1974), Gulio Andreotti (tussen 1972 en 1992) en Amitore Fanfani (tussen 1954 en 1987) als minister-presidenten. De bekendste niet-christendemocratische premier was de sociaaldemocraat Bettino Craxi (1983-1987).
Berlusconi was eerder premier in 1994-1995 en 2001-2006. In de jaren 1996-1998, 1999-2001 en 2006-2008 waren er centrumlinkse kabinetten.
Italië is een republiek, met een parlementair tweekamerstelsel. Het politieke overwicht ligt bij de minister-president. Diens kabinet is afhankelijk van het vertrouwen van Camera dei deputati (Kamer van Afgevaardigden) en Senato della Repubblica (Senaat). Het kiesstelsel versterkt echter de machtspositie van de winnaar van de parlementsverkiezingen. De regering kan bij decreet regeren en het houden van referenda is mogelijk. Daarvoor zijn 50.000 handtekeningen van kiezers vereist.
Italië kent een vrij strikte scheiding der machten. Het parlement heeft de wetgevende macht. De uitvoerende macht ligt bij de minister-president, de ministers en het kabinet. De president, die voor een termijn van zeven jaar door Kamer en Senaat gezamenlijk wordt gekozen, benoemt de minister-president, die vervolgens zijn kabinet samenstelt.
De president heeft vooral representatieve taken, is opperbevelhebber en staat formeel aan het hoofd van de rechterlijke macht. Hij heeft verder een taak bij het bewaken van de grondwettelijke waarden. Zo kan hij wetten die hij strijdig acht met de Grondwet (eenmalig) blokkeren.
Er zijn twintig regio's met uitgebreide bevoegdheden. Enkele regio's (zoals Zuid-Tirol, Sardinië en Sicilië) hebben vergaande autonomie. Italië heeft een Constitutioneel Hof, dat wetten kan toetsen aan de Grondwet.
kiesstelsel
Het huidige Italiaanse kiesstelsel dateert uit 2005. Van de Kamerleden wordt 75 procent op basis van een meerderheidsstelsel gekozen (de winnaar in een district behaalt de zetel) en 25 procent via evenredige vertegenwoordiging. Het stelsel bevordert coalitievorming tussen partijen.
Bij de verkiezingen van de 630 leden van de Kamer is het land verdeeld in 26 kiesdistricten die 617 leden kiezen. Daarnaast kiest Val d'Aosta een lid en worden 12 leden door Italianen in het buitenland gekozen.
Bij de toewijzing van zetels via districten worden diverse kiesdrempels gehanteerd (onder meer vier procent voor afzonderlijke partijen en twee procent voor partijen in een coalitie). Een coalitie die de meerderheid haalt, maar geen 340 zetels, krijgt extra zetels toebedeeld (tot ongeveer 54% van het totale aantal zetels). De kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.
De 315 leden van de Senaat worden in 20 regio's gekozen en daarnaast zijn er 6 zetels die door Italianen in het buitenland worden gekozen. Ook hier gelden drempels om voor een zetel in aanmerking te komen. Een coalitie die in een regio de meerderheid haalt, krijgt direct 55% van alle zetels van die regio. Kiezers moeten 25 jaar of ouder zijn.
partijen
Sinds de politieke hervormingen van de jaren negentig is er sprake van twee grote coalities van partijen, waarvan de naam per verkiezing kan wisselen. In 2008 vormden ter rechterzijde Il Popolo della Libertà (PdL), de separatistische partij Lega Nord en een kleine regionale partij een coalitie onder leiding van Berlusconi.
PdL is een federatie die in 2008 ontstond uit Forza Italia en de rechtse Alleanza Nazionale, een voorzetting van de neofascistische partij. In november 2010 richtte Gianfranco Fini een nieuwe conservatief-liberale partijop: FLI (Futuro e Libertà per l'Italia, Toekomst en Vrijheid voor Italië).
Daartegenover staat een coalitie van de Democratische Partij (PD) en van de links-liberale Italia dei Valori (IdV) onder leiding van Walter Veltroni. De PD is ontstaan uit de in 1996 gevormde Olijfcoalitie van Romano Prodi en omvat sociaaldemocraten, sociaal-liberalen, links-socialisten, linkse christendemocraten en voormalige communisten.
Een derde blok is de christendemocratische Unione di Centro (UdC), een samenwerking van kleinere christendemocratische partijen, regionale partijen en enkele gematigde centrumpartijen en liberale partijen.
Premier Monti is tevens minister van Financiën en Economische Zaken. Het kabinet telt zeventien ministers. Giulio Terzi is minister van Buitenlandse Zaken.
jaar |
verenigd rechts |
verenigd links |
Lega Nord |
centr. |
PCI |
Ov. |
Huis- Senaat |
datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1994 |
302 156 |
164 122 |
46 31 |
5 5 |
630 315 |
27 maart |
||
1996 |
246 117 |
285 157 |
59 27 |
35 10 |
5 5 |
630 315 |
21 april |
|
2001 |
368 176 |
246 127 |
11 4 |
5 8 |
630 315 |
13 mei |
||
2006 |
281 156 |
348 158 |
1 1 |
630 315 |
9-10 april |
|||
2008 |
344 174 |
247 134 |
36 3 |
3 4 |
630 315 |
13-14 april |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Ciampi |
28 april 1993-10 mei 1994 |
centrumlinks |
DC-PSDI-PSI-PLI |
BuZa: Andreatta Fin: Gallo |
Berlusconi I |
10 mei 1994-17 januari 1995 |
centrumrechts |
Forza-Lega Nord-AN-chr.dem. |
BuZa: Martino Fin: Tremonti |
Dini |
17 januari 1995-17 mei 1996 |
technocraten |
- |
BuZa: Agnelli Fin: Fantozzi |
Prodi I |
17 mei 1996-21 oktober 1998 |
centrumlinks |
Olijfcoalitie |
BuZa: Dini Fin: Visco |
D'Alema I |
21 oktober 1998-22 december 1999 |
centrumlinks |
Olijfcoalitie-chr.dem. |
BuZa: Dini Fin: Visco |
D'Alema II |
22 december 1999-25 april 2000 |
centrumlinks |
Olijfcoalitie-chr.dem. |
BuZa: Dini Fin: Visco |
Amato II |
25 april 2000-11 juni 2001 |
centrumlinks |
Olijfcoalitie-chr.dem. |
BuZa: Dini Fin: Del turco |
Berlusconi II |
11 juni 2001-23 april 2005 |
centrumrechts |
Verenigd Rechts-Centr. |
BuZa: Ruggiero 2002 Frattini 2004 Fini Fin: Tremonti 2004 Siniscalco |
Berlusconi III |
23 april 2005-17 mei 2006 |
centrumrechts |
Verenigd Rechts |
BuZa: Fini Fin: Tremonti |
Prodi II |
17 mei 2006-8 mei 2008 |
centrumlinks |
Verenigd Links |
BuZa: D'Alema Fin: Padoa Schioppa |
Berlusconi IV |
8 mei 2008-16 november 2011 |
centrumrechts |
PdL-Lega Nord |
BuZa: Frattini Fin en EZ: Tremonti |
Monti |
16 november 2011- |
technocraten |
- |
BuZa: Terzi Fin en EZ: Monti |
hoofdstad |
Rome |
|---|---|
staatshoofd |
President Giorgio NAPOLITANO (vanaf 15 mei 2006) |
regeringsleider |
Interim-premier Mario Monti (vanaf 16 november 2011) |
aantal inwoners |
61.016.804 |
12,1% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
13.8% (mannen: 4315292/vrouwen: 4124624) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 64 |
65.9% (mannen: 19888901/vrouwen: 20330495) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
20.3% (mannen: 5248418/vrouwen: 7109074) |
|
gemiddelde levensverwachting |
81.77 jaar |
|
geletterdheid |
98.4% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$1,826 biljoen |
11,8% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
1.9% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
25.2% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
72.9% |
|
werkloosheid |
8.2% |
|
oppervlakte |
301.340 km² |
6,8% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
Mediterranean Sea 0 m |
|
hoogste punt |
Mont Blanc (Monte Bianco) de Courmayeur 4748 m (a secondary peak of Mont Blanc) |
|
aantal zetels in het |
72 van de 736 zetels |
||||
|---|---|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
29 van de 345 stemmen |
||||
gastland Europese |
Agentschap Europese Unie: |
||||
prominenten in |
Europese Commissie:
president Europese Centrale Bank:
|
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




