Europese Beweging:
Uitbreiding 2004: 10 nieuwe lidstaten
Submenu:
Nieuws-items bij Uitbreiding 2004: 10 nieuwe ...
Uitbreiding 2004: 10 nieuwe lidstaten - Hoofdinhoud
In Kopenhagen, op 13 december 2002, nam de Europese Raad een van de meest gedenkwaardige beslissingen uit de hele geschiedenis van de Europese eenwording: het besluit om op 1 mei 2004 tien nieuwe landen toe te laten tot de EU.
Daarmee breidde de Europese Unie niet alleen haar oppervlak en inwonertal uit, maar maakte zij ook een einde aan de breuk die ons continent sinds 1945 verdeelde in een vrije en een communistische wereld. Deze vijfde uitbreiding van de EU heeft dus een politieke en morele lading.
Zowel qua geografische ligging als qua cultuur, geschiedenis en ambities horen de betrokken landen - Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië - beslist bij Europa. Door toe te treden tot de Europese Unie keren zij terug in de Europese democratische familie en gaan zij deelnemen aan het grote project dat de grondleggers van de EU voor ogen stond.
Het toetredingsverdrag, dat op 16 april 2003 in Athene werd ondertekend, gaf de inwoners van de nieuwe lidstaten precies dezelfde rechten om deel te nemen aan de Europese parlementsverkiezingen van juni 2004 als alle andere inwoners van de EU.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De weg naar deze uitbreidingsronde begon in 1989 met de val van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn. Al snel introduceerde de EU het Phare-programma om de jonge democratieën financieel te steunen bij de wederopbouw van hun economie en om politieke hervormingen te bevorderen. Op 22 juni 1993 in Kopenhagen stemde de Europese Raad er voor het eerst in toe dat " de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa die dat wensen, lid worden van de Europese Unie ".
Tegelijkertijd stelde de Europese Raad drie voorwaarden vast waaraan kandidaat-lidstaten moeten voldoen om tot de EU toe te treden.
-
-Ten eerste een politieke voorwaarde: kandidaat-lidstaten moeten stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen.
-
-Ten tweede een economische voorwaarde: kandidaat-lidstaten moeten een functionerende markteconomie hebben en het hoofd kunnen bieden aan de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de EU.
-
-Ten derde moeten kandidaat-lidstaten in staat zijn de verplichtingen van het EU-lidmaatschap op zich te nemen en moeten ze de doelstellingen van een politieke, economische en monetaire unie onderschrijven. Dit betekent dat kandidaat-lidstaten de volledige wet- en regelgeving van de EU - het zogenoemde acquis communautaire - moeten overnemen.
Op basis van aanbevelingen van de Commissie en adviezen van het Parlement gaf de Europese Raad in december 1997 in Luxemburg en in december 1999 in Helsinki het groene licht voor onderhandelingen met tien Midden- en Oost-Europese landen plus Cyprus en Malta.
De verdragen van Amsterdam (ondertekend op 2 oktober 1997) en Nice (26 februari 2001) zijn bedoeld om, voorafgaand aan de uitbreiding, de Europese Unie te consolideren en de besluitvorming te vereenvoudigen.
Op 13 december 2002 werden in Kopenhagen de onderhandelingen met tien kandidaat-lidstaten afgerond. Daarbij werden afspraken gemaakt over de mechanismen en de overgangsperioden die deze nieuwe lidstaten nodig hadden om aan al hun verplichtingen te voldoen. Vóór de toetreding moest elk van hen de nodige nationale wetten goedkeuren om het hele acquis communautaire - 26.000 wetteksten, oftewel zo'n 80.000 bladzijden - over te nemen. Bovendien moeten ze deze wetgeving ook in de praktijk toepassen.
De Europese Unie wilde koste wat kost voorkomen dat zij door een uitbreiding op deze schaal werd gereduceerd tot een vrijhandelszone, en dat deze grote groep landen uit alle delen van het continent efficiënt kon samenwerken. Daarom werd er een Conventie in het leven geroepen, voorgezeten door Valéry Giscard d'Estaing, die zich over de toekomst van Europa moest buigen en een grondwet moest opstellen voor de EU van 25 landen.
In juni 2003 was de Conventie klaar met deze opdracht en op 20 juni, in Thessaloniki, oordeelde de Europese Raad dat het gepresenteerde ontwerp voor een constitutioneel verdrag een goed uitgangspunt vormde voor de volgende intergouvernementele conferentie.
De definitieve tekst van de Grondwet werd in 2004 door de Europese Raad goedgekeurd.
Gemiddeld verdienen de 75 miljoen nieuwe EU-inwoners slechts 40% van het gemiddelde inkomen in de huidige EU-landen. Daarom omvatten de toetredingsregelingen 10 miljard euro aan financiële steun voor 2004, 12,5 miljard euro voor 2005 en 15 miljard euro voor 2006. Deze bedragen moeten de nieuwe lidstaten helpen om hun economische achterstand in te lopen. Sommige van deze landen vertonen reeds een sterke groei. Overigens is de integratie tussen de oude en de nieuwe lidstaten al grotendeels een feit dankzij de opheffing van handelsbelemmeringen in de jaren negentig en de hervormingsmaatregelen die de tien nieuwe lidstaten zelf hebben doorgevoerd.
De ongeveer 40 miljard euro die op de EU-begroting is uitgetrokken voor de nieuwe lidstaten voor de periode 2004-2006, is hoofdzakelijk bedoeld voor structurele en regionale projecten, ondersteuning van de landbouw, plattelandsontwikkeling, binnenlands beleid en administratieve kosten. In december 2002 in Kopenhagen hebben de EU en de tien kandidaat-lidstaten hierover afspraken gemaakt. Daarmee blijven ze binnen de bestedingsruimte die door de Europese Raad van Berlijn (maart 1999) was vastgesteld voor de periode tot aan 2006.
De 25 landen en 454 miljoen inwoners van de uitgebreide EU zullen, als alles volgens de Kopenhaagse plannen verloopt, in 2007 ook nog gezelschap krijgen van Bulgarije en Roemenië. Daarnaast besloot de Europese Raad in 2004 om de procedures inzake een mogelijk lidmaatschap van Kroatië en Turkije voort te zetten.
Reeds in 1999 had de Europese Raad in Helsinki besloten dat " Turkije een kandidaat-lidstaat [is] die voorbestemd is om tot de Unie toe te treden op basis van dezelfde criteria als die welke voor de andere kandidaat-lidstaten gelden ". Turkije is lid van de NAVO en van de Raad van Europa. Het heeft sinds 1964 een associatieovereenkomst met de EU en verzoekt al sinds 1987 om toetreding.
Turkije ligt echter helemaal aan de rand van het Europese continent. Het vooruitzicht dat dit land straks bij de EU zal horen, roept de vraag op waar uiteindelijk de grenzen van de Europese Unie moeten komen te liggen. Kan ieder land dat aan de politieke en economische criteria van Kopenhagen voldoet, domweg het EU-lidmaatschap aanvragen en onderhandelingen beginnen? In ieder geval geldt voor de westelijke Balkanlanden, zoals Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Servie en Montenegro, dat ze een toetredingsverzoek kunnen indienen zodra ze politieke stabiliteit hebben bereikt en aan de criteria van Kopenhagen voldoen.
De EU heeft er namelijk belang bij om de stabiliteit in de omringende regio's te bevorderen. De uitbreiding heeft tot gevolg dat de buitengrenzen van de Unie opschuiven en langer worden. In 2004 krijgt de EU Wit-Rusland, Rusland en Oekraïne als directe buurlanden en wordt de grens met Rusland langer. De grensoverschrijdende samenwerking met deze landen zal moeten worden geïntensiveerd, met name op het gebied van vervoer en milieu, maar ook op het gebied van interne veiligheid en de bestrijding van mensensmokkel en andere vormen van internationale misdaad.
Als dit allemaal goed verloopt, kan dezelfde strategie dan ook worden gehanteerd voor de landen langs de zuidkust van de Middellandse Zee? Dit soort vragen maakt de weg vrij voor een fundamenteel debat over de betekenis van de Europese identiteit, over het uiteindelijke doel van de Europese integratie en over de belangen van de EU op het wereldtoneel. Het is dan ook tijd om de betrekkingen tussen de EU en haar naaste buren te herzien en te versterken, en wel in de breedst mogelijke zin.
-
-19 december 1989: de EU zet het programma Phare op om financiële steun en technische bijstand te verlenen aan de landen in Midden- en Oost-Europa.
-
-3 en 16 juli 1990: Cyprus en Malta vragen het EU-lidmaatschap aan.
-
-22 juni 1993: de Europese Raad van Kopenhagen stelt de criteria voor toetreding tot de Europese Unie vast.
-
-31 maart en 5 april 1994: Hongarije en Polen vragen het EU-lidmaatschap aan.
-
-1995: toetredingsverzoeken van Slowakije (21 juni), Roemenië (22 juni), Letland (13 oktober), Estland (24 november), Litouwen (8 december) en Bulgarije (14 december).
-
-1996: toetredingsverzoeken van Tsjechië (17 januari) en Slovenië (10 juni).
-
-12-13 december 1997: de Europese Raad van Luxemburg besluit om het uitbreidingsproces in gang te zetten.
-
-10-11 december 1999: de Europese Raad van Helsinki besluit om toetredingsbesprekingen te gaan voeren met de twaalf kandidaat-lidstaten. Turkije wordt beschouwd als kandidaat-lidstaat die "voorbestemd is om tot de Unie toe te treden".
-
-13 december 2002: de EU bereikt met tien kandidaat-lidstaten overeenstemming over toetreding op 1 mei 2004.
-
-16 april 2003: het toetredingsverdrag met de tien nieuwe lidstaten wordt in Athene ondertekend.
-
-1 mei 2004: de tien nieuwe lidstaten treden toe tot de EU.
-
-18 juni 2004: Kroatië wordt aanvaard als kandidaat-lidstaat.
-
-17 december 2004: beslissing om in oktober 2005 toetredingsbesprekingen te gaan voeren met Turkije.
-
-25 april 2005: Bulgarije en Roemenië ondertekenen toetredingsverdragen in Luxemburg.
-
-2007: het jaar dat door de Europese Raad van Kopenhagen is vastgesteld voor toetreding van Bulgarije en Roemenië.
Overzicht van de uitbreiding naar het Oosten
Aanpak per sector
-
-Vrij verkeer van werknemers na de uitbreiding
Cyprus
Estland
Hongarije
Letland
Litouwen
Malta
Polen
Tsjechische Republiek
Slowakije
Slovenië
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




