Het belang van toekomstige samenwerking bleek vooral uit de nog altijd moeizame betrekkingen tussen Frankrijk en Duitsland. Omdat zij de grootste producenten waren van kolen en staal - de belangrijkste grondstoffen voor de productie van oorlogswapens - bracht de slechte verhouding tussen beide grootmachten een groot risico voor een nieuwe oorlog met zich mee.

Jean Monnet , ervaren onderhandelaar en vredestichter, stelde in 1950 voor om de kolen- en staalmarkt door een onafhankelijke autoriteit te laten beheren. Hij wilde op deze manier een gemeenschappelijk belang tussen de landen (met name Frankrijk en Duitsland) creëren. Een potentieel conflict zou op die manier voortaan niet direct in oorlog uitmonden, maar de landen door hun wederzijdse afhankelijkheid dwingen eerst het gesprek aan te gaan.

Het idee werd voorgesteld aan de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman en de Duitse Bondskanselier Konrad Adenauer. Vervolgens kreeg het ook de goedkeuring van Italië, Nederland, België en Luxemburg. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), werd in april 1951 door deze zes landen ondertekend.

Het kernpunt van het verdrag was dat de beslissingsbevoegdheid voor de kolen- en staalindustrie werd gegeven aan een onafhankelijke instantie: de "Hoge Autoriteit". Jean Monnet was hier de eerste voorzitter van. De huidige Europese Unie is een resultaat van dit eerste verdrag.

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: