Europese Beweging:
Kabinet-Kok I (1994-1998)
Kabinet-Kok I (1994-1998) - Hoofdinhoud

Aan dit eerste 'paarse' kabinet nemen de PvdA, VVD en D66 deel. Het is voor het eerst sinds 1918 dat er een kabinet wordt geformeerd zonder een confessionele partij. De kleur paars refereert aan de vermenging van het rood van de PvdA en het blauw van de VVD.
Tijdens de zittingsperiode kent Nederland een ongekende economische groei. Het kabinet zorgt voor sterke lastenverlichting voor burgers en bedrijven. De regels op economisch gebied worden verminderd, waardoor bijvoorbeeld de winkeltijden veel ruimer worden.
In het kabinet hebben PvdA en VVD vijf ministers en D66 vier. Minister-president Kok is afkomstig uit de PvdA. Het kabinet zit de gehele periode uit. Het kabinet treedt op 22 augustus 1994 aan, wordt op 6 mei 1998 demissionair en op 3 augustus 1998 opgevolgd door het tweede kabinet-Kok.
Inhoudsopgave van deze pagina:
- 1. Bijzonderheden
- 2. Samenstelling kabinet
- 3. Mutatie

financieel-economisch beleid
Het voornaamste programmapunt van het kabinet is het scheppen van banen. Maar niet alleen het regeringsbeleid, ook het gunstige economische tij zorgen ervoor dat de werkgelegenheid fors toeneemt. Er komt veel lastenverlichting voor het bedrijfsleven, maar de burgers profiteren daarvan. Daarnaast worden langdurig werklozen aan tijdelijk werk geholpen via zogenaamde Melkert-banen.
Bezuinigingen vinden plaats bij de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren, de studiefinanciering en het hoger onderwijs, de kinderbijslag, door een nieuwe Nabestaandenwet en door andere ingrepen in de sociale zekerheid. De Ziektewet wordt geprivatiseerd en de WAO-premie gaat per bedrijfstak verschillen. Er komt een aparte wet voor jong-gehandicapten.
Het financieringstekort daalt en de economie groeit flink.
Europa en euro
Er worden verdere stappen gezet naar Europese eenwording. De voorbereidingen voor een Europese munt (de euro) zijn in volle gang. Op 2 oktober 1997 komt het Verdrag van Amsterdam tot stand, waardoor het Europees Parlement voor sommige beleidsterreinen een medebeslissingsbevoegdheid krijgt en de rol van de EU bij het werkgelegenheidsbeleid wordt vergroot
milieubeleid
Minister De Boer brengt in 1998 het Derde Nationaal Milieubeleidsplan uit. De doelstellingen uit het NMP1 en NMP2 blijven richtinggevend. Het milieubeleid moet meer dan voorheen worden ingebed in een integraal omgevingsbeleid. Milieugedrag moet tot uiting komen in de prijzen, waardoor energiezuiniger produceren en consumeren wordt bevorderd. Handhaving en bestrijding van milieucriminaliteit krijgen meer aandacht.
Nederlandse Spoorwegen
Er wordt verder gegaan met verzelfstandiging van de NS. Daarbij wordt voortgebouwd op het in 1993 genomen besluit tot verzelfstandiging. NS moet in vijf jaar financieel en zakelijk op 'eigen benen' staan en grotere reizigersstromen nastreven. Concurrentie op het spoor wordt mogelijk.
De overheidsbijdragen worden tot 2000 afgebouwd naar nul. Vanaf 1 januari 1996 mag NS zelf de tarieven en algemene voorwaarden bepalen. Daarna is ook het voorzieningenniveau een zaak van NS. NS mag onrendabele lijnen aan de overheid verkopen. De minister blijft verantwoordelijk voor de infrastructuur en voor de toegang van maatschappijen op het spoornet.
overige zaken:
-
-de strijd tegen de criminaliteit en de reorganisatie van het Openbaar Ministerie (vooral na de IRT-enquête)
-
-een conflict tussen minister Sordrager van Justitie en het college van procureurs-generaal
-
-na overstromingen in het rivierengebied in januari 1995 komt minister Jorritsma met het Deltaplan grote rivieren
-
-het besluit tot aanleg van de vijfde start- en landingsbaan van Schiphol
-
-in april 1996 besluit het kabinet definitief tot aanleg van de Betuwelijn van Rotterdam naar Duitsland
-
-het afblazen na plaatselijke referenda van de plannen tot splitsing van Amsterdam en Rotterdam in een aantal kleinere (wijk)gemeenten
-
-de Nederlandse deelname in VN-verband aan operaties in o.a. Bosnië en Angola. De houding die Nederlandse VN-militairen innemen bij het wegvoeren (en vermoorden) van moslim-mannen uit Srebrenica, leidt tot kritiek op minister Voorhoeve en op de rol van Dutchbat
-
-het asiel- en integratiebeleid, waarbij zowel de uitzetting van de 'witte' illegaal Gümüs, als problemen bij de opvang van asielzoekers aandacht opeisen
-
-de toenemende informatisering door de elektronische snelweg (het beleid werd vormgegeven in de nota's 'investeren in voorsprong' en 'elektronische snelwegen')
-
-het geregistreerde partnerschap wordt ingevoerd
-
-de dienstplicht wordt opgeschort
W. Kok (pvda)
Viceminister-president
Mr. H.A.F.M.O. van Mierlo (d66)
H.F. Dijkstal (vvd)
Algemene Zaken
minister: W. Kok (pvda)
Buitenlandse Zaken
minister: Mr. H.A.F.M.O. van Mierlo (d66)
staatssecretaris: Mr. M. Patijn (vvd)
minister voor Ontwikkelingssamenwerking
minister: Drs. J.P. Pronk (pvda)
Justitie
minister: Mr. W. Sorgdrager (d66)
staatssecretaris: Mr. E.M.A. Schmitz (pvda)
Binnenlandse Zaken
minister: H.F. Dijkstal (vvd)
staatssecretaris: A.G.M. van de Vondervoort (pvda)
staatssecretaris: Mr. J. Kohnstamm (d66)
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen)
minister: Dr.Ir. J.M.M. Ritzen (pvda)
staatssecretaris: T. Netelenbos (pvda)
staatssecretaris: Drs. A. Nuis (d66)
Financiën
minister: Drs. G. Zalm (vvd)
staatssecretaris: Dr. W.A.F.G. Vermeend (pvda)
Defensie
minister: Dr.Ir. J.J.C. Voorhoeve (vvd)
staatssecretaris: Drs. J.Ch. Gmelich Meijling (vvd)
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
minister: M. de Boer (pvda)
staatssecretaris: Dr. D.K.J. Tommel (d66)
Verkeer en Waterstaat
minister: A. Jorritsma-Lebbink (vvd)
Economische Zaken
minister: Dr. G.J. Wijers (d66)
staatssecretaris: A. van Dok-van Weele (pvda)
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
minister: J.J. van Aartsen (vvd)
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: Drs. A.P.W. Melkert (pvda)
staatssecretaris: R.L.O. Linschoten (vvd) (22 augustus 1994 - 28 juni 1996)
staatssecretaris: Mr. F.H.G. de Grave (vvd) (2 juli 1996 - 3 augustus 1998)
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
minister: Dr. E. Borst-Eilers (d66)
staatssecretaris: E.G. Terpstra (vvd)
belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand
minister: Dr.Ir. J.J.C. Voorhoeve (vvd) (24 augustus 1994 - 3 augustus 1998)
Tijdens deze kabinetsperiode vindt één mutatie plaats. In juni 1996 treedt staatssecretaris Linschoten (VVD) van Sociale Zaken af, omdat hij niet langer het vertrouwen geniet van PvdA en D66. Hem wordt verweten dat hij de problemen in de leiding van het CTSV (College van Toezicht Sociale Zekerheid) niet heeft kunnen oplossen. De Amsterdamse wethouder De Grave volgt hem op.
Het CDA en de PvdA hebben bij de verkiezingen veel zetels verloren. Een coalitie met deze beide partijen, zoals het vorige kabinet, is daarom discutabel. D66, de grote winnaar, ziet niets in een centrum-rechtse coalitie (CDA, VVD en D66) en gaat, ondanks de verschillen tussen PvdA en VVD, voor een 'Paarse coalitie'. In dit licht moet ook het advies van CDA-leider Brinkman gezien worden om een paars kabinet te vormen. Vermoedelijk verwacht hij dat het CDA onmisbaar is in een kabinet.
Om de politieke verhoudingen in kaart te brengen benoemt Koningin Beatrix de voorzitter van de Eerste Kamer Tjeenk Willink tot informateur. Tjeenk Willink concludeert dat een onderzoek naar de vorming van een paarse coalitie inderdaad de meest reële optie was.
Hierop wijst de Koningin drie informateurs: De Vries (PvdA), Van Aardenne (VVD) en Vis (D66). Zij onderzoeken of paars inderdaad een haalbare zaak is. Maar als zij constateren dat op het gebied van de sociale zekerheid de PvdA en de VVD te veel verschillen geven zij de informatieopdracht terug. Dan vindt op verzoek van GroenLinks een unicum plaats. De informateurs verschijnen in de Tweede Kamer om mondeling het informatieproces toe te lichten. Tijdens dit debat botsen de PvdA- en VVD-leider Kok en Bolkestein dusdanig dat een paars kabinet niet meer realistisch lijkt.
Tjeenk Willink brengt dan opnieuw de mogelijkheden in kaart. Het CDA wil geen centrumlinks kabinet (PvdA, CDA en D66), en D66 geen centrumrechts kabinet (VVD, CDA en D66). Hij adviseert tot benoeming van een VVD'er tot informateur, maar er lijkt door de verdeeldheid een impasse te zijn ontstaan.
De Koningin doet een ongebruikelijke stap. Omdat de adviezen niet in één richting wezen en PvdA-leider Kok de enige was die geen blokkade had gelegd op welke coalitie dan ook, vraagt zij hem, ook omdat hij nog minister van Financiën is, als informateur de financieel en sociaaleconomische paragraaf van een regeringsprogramma te schrijven.
Dit 'ontwerp' moet dan aan PvdA, CDA, VVD en D66 worden voorgelegd om vast te kunnen stellen welke partijen aan een regering willen deelnemen. Kok gaat aan het werk en constateert dat in beginsel alle vier de partijen op zijn ontwerp positief reageren. In gesprekken die hij daarna nog met de fractievoorzitters voert, komt hij tot de conclusie dat de nog bestaande verschillen het beste tussen PvdA, VVD, en D66 kunnen worden overbrugd.
De Koningin belast Kok dan als formateur van een 'paarse' coalitie. Voortvarend weet hij zijn ontwerp-regeringsprogramma om te zetten in een regeerakkoord ('Keuzes voor de toekomst'), dat op 11 augustus rond is. De drie fracties stemmen hiermee op 13 augustus in.
De samenstelling van het kabinet levert dan geen problemen meer op. Na een weigering van werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan komt Wijers voor D66 op Economische Zaken. Van Kemenade bedankt vanwege zijn gezondheid voor Binnenlandse Zaken en die post gaat vervolgens naar de VVD. Nadat onder anderen Van Aardenne niet beschikbaar is voor Financiën komt op die post CPB-directeur Zalm. Verrassend is de terugkeer van oud-VVD-fractievoorzitter Voorhoeve op Defensie.
| Document | Datum | Letterlijke tekst (PDF) |
| Regeerakkoord | 13 augustus 1994 | Keuzes voor de toekomst |
| Regeringsverklaring | 31 augustus 1994 | Regeringsverklaring |
Politieke samenstelling Tweede en Eerste Kamer en ministerraad
| Tweede Kamer tot 19 mei 1998 | Tweede Kamer vanaf 19 mei 1998 | Eerste Kamer tot 13 juni 1995 | Eerste Kamer vanaf 13 juni 1995 | ministerraad/(kabinet) | |
|---|---|---|---|---|---|
| PvdA | 37 | 45 | 16 | 14 | 5 (10) |
| VVD | 31 | 38 | 12 | 23 | 5 (9) |
| D66 | 24 | 14 | 12 | 7 | 4 (7) |
| totaal |
92 (61.3%) |
97 (64.7%) |
40 (53.3%) |
44 (58.7%) |
data en feiten formatie 1994
| datum | wat | wie | tot en met | dagen |
| 3 mei 1994 | Tweede Kamerverkiezingen | |||
| 6 mei 1994 | benoeming (in)formateur | H.D. Tjeenk Willink | 13 mei 1994 | 8 |
| 14 mei 1994 | benoeming (in)formateur | G.M.V. van Aardenne, J.J. Vis en K.G. de Vries | 26 juni 1994 | 44 |
| 27 juni 1994 | benoeming (in)formateur | H.D. Tjeenk Willink | 5 juli 1994 | 9 |
| 6 juli 1994 | benoeming (in)formateur | W. Kok | 28 juli 1994 | 23 |
| 29 juli 1994 | benoeming (in)formateur | W. Kok | 19 augustus 1994 | 22 |
| 22 augustus 1994 | beëdiging nieuwe bewindslieden | Koningin Beatrix | 5 mei 1998 | 1353 |
| 6 mei 1998 | kabinet demissionair | 2 augustus 1998 | 89 | |
| 3 augustus 1998 | ontslag verleend | Koningin Beatrix |
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




