Roemenië is op 1 januari 2007 lid geworden van de Europese Unie. Alhoewel het land de afgelopen jaren vorderingen boekte, moet het na toetreding door blijven gaan met het doorvoeren van hervormingen op het vlak van de mensenrechten, goed bestuur en corruptiebestrijding.

Tot september 2006 was de datum van toetreding onder voorbehoud. Als het land voldoende vorderde met de hervormingen, mocht het per 1 januari 2007 toetreden. Anders werd toetreding uitgesteld tot 1 januari 2008. Eind september 2006 liet de Europese Commissie weten dat Roemenië ver genoeg was gevorderd met de hervormingen en per 2007 mocht toetreden. De Europese Raad stemde uiteindelijk in oktober 2006 ook in met toetreding op 1 januari 2007.

1.

In vogelvlucht

In de jaren '90 deden veel Oost-Europese landen, waaronder Roemenië, een aanvraag voor het lidmaatschap van de Europese Unie. De leiders van de Europese Unie stelden strenge eisen aan de mogelijke toetreding. Omdat Roemenië (en Bulgarije) niet snel genoeg konden inspelen op deze eisen, misten beide landen de toetreding per 1 mei 2004. Roemenië had met name moeite met de hervorming van het openbaar bestuur en de bestrijding van corruptie.

Gedurende de jaren '90 waren de Roemeense wees- en kinderopvanghuizen een telkens terugkerend discussiepunt in de onderhandelingen tussen Roemenië en de Europese Unie. Het Europees Parlement constateerde in september 2000 nog dat zo'n 147.000 Roemeense kinderen in tehuizen leefden, soms onder erbarmelijke omstandigheden. Met name gehandicapte kinderen hadden het zwaar. Drie jaar ervoor had de Roemeense overheid een wet aangenomen om internationale adoptie mogelijk te vergemakkelijken, maar in de praktijk bleek deze wetgeving misbruik en mensensmokkel in de hand te werken. Onder sterke Europese druk is de adoptiewetgeving per januari 2005 aangepast aan EU-normen.

Een ander terugkerend discussiepunt tussen "Brussel" en de Roemeense autoriteiten vormde de milieuwetgeving. Gedurende de jaren '90 vestigden zich steeds meer bedrijven in Roemenië, die het gebrek aan strenge milieunormen aangrepen om goedkoop maar extreem vervuilend te produceren. In januari 2000 vond een grote milieuramp plaats in het stadje Baia Mare.

Na een ongeluk in de goudmijn die eigendom was van een Australisch bedrijf, stroomden grote hoeveelheden giftige cyanide en zware metalen in het riviertje de Tisza, waarna duizenden vissen en vogels stierven. In de nasleep van de ramp meldde de Roemeense milieuminister dat er nog 47 "hete hangijzers" waren die een grote bedreiging vormden voor mens en milieu. In december 2004 was de Roemeense milieuwetgeving grotendeels in overeenstemming gebracht met normen van de Europese Unie.

Ten slotte was de situatie van de zigeuner-gemeenschappen (Roma en Sinti) een blijvend punt van aandacht in de toetredingsonderhandelingen. Mede onder Europese druk voerde de Roemeense overheid wetgeving in die discriminatie van Roma en Sinti verbiedt, maar in november 2005 toonde het Europees Parlement zich verontrust over aanhoudende berichten over buitensporig en zelfs fataal geweld tegen zigeuners door de Roemeense politie. Eerder, in november 2004, constateerde het Europees Parlement al dat officiële overheidsorganen de zigeuners feitelijk blijven discrimineren.

In oktober 2002 gaf de Europese Commissie 1 januari 2007 als streefdatum voor toetreding tot de Europese Unie aan. In tegenstelling tot de tien kandidaat-lidstaten die per 1 mei 2004 toetraden, had Roemenië slechts de helft van de hoofdstukken van de toetredingsonderhandelingen afgerond. In december 2004 werden de onderhandelingen wel afgerond. In april 2005 tekenden Roemenië en de 25 lidstaten het toetredingsverdrag. Voordat Roemenië kon toetreden moest het land voldoen aan vooraf vastgestelde criteria.

De Europese Unie maakt regelmatig voortgangsrapportages over de hervormingen omdat Roemenië nog steeds niet in ieder opzicht  aan alle voorwaarden voldoet. Via de rapportages houdt de Europese Commissie de vinger aan de pols. Zo liet een tussenrapportage van februari 2009 zien dat de Commissie nog steeds erg kritisch is over vooruitgang op het gebied van bestrijding van corruptie en hervormingen van het openbaar bestuur. Ook in het jaarlijkse rapport van 2010 was de Commissie kritisch. Roemenië had in het hervormen van het openbaar bestuur en in de strijd tegen corruptie slechts beperkte vooruitgang geboekt. 

Regionale vrijhandelszone

Op initiatief van Roemenië wordt er onderhandeld over het instellen van een vrijhandelszone tussen Roemenië, Bulgarije en de Westelijke Balkanlanden. Samenwerking in de regio vormt een basis en voorbereiding voor het lidmaatschap van de Europese Unie.

Beperkingen voor Roemeense werknemers

De meeste West-Europese landen hebben tijdelijke beperkingen opgelegd aan werknemers uit de nieuwe lidstaat. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die na de toetreding van de tien nieuwe lidstaten in 2004 een grote toestroom van Polen hebben verwerkt, waren al snel met het aankondigen van de beperkingen. Ook Nederland en de zuidelijke Europese lidstaten Italië, Griekenland en Spanje, beperkten de toestroom.

De beperkingen die de andere lidstaten hebben opgelegd zijn nu grotendeels versoepeld. In Nederland moeten Roemenen en Bulgaren nog een werkvergunning aanvragen. Die wordt alleen verstrekt als de werkgever geen andere werknemers kan vinden, en hun goede arbeidsomstandigheden en accommodatie kan bieden. Per 1 januari 2014 moeten alle beperkingen in de EU zijn opgeheven. Vanaf dan moet er ook voor Roemenen volledig vrij verkeer van werknemers zijn.

2.

Procedure en mijlpalen

In april 2005 tekenden de Roemeense regering en de leiders van de 25 EU-landen een verdrag dat toetreding van Roemenië tot de Europese Unie garandeert per 1 januari 2007 of 1 januari 2008. De toetredingsdatum was afhankelijk van de voortgang die het land boekt met de door de Unie gewenste hervormingen. In september 2006 gaf de Europese Commissie aan dat Roemenië mag toetreden per 2007. Naar verwachting nemen de Europese leiders hierover in oktober 2006 een besluit.

In oktober 2005 meldde eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding Europese Unie) dat Roemenië wellicht niet op alle beleidsterreinen zou mogen meebeslissen, als de noodzakelijke hervormingen per 2007 niet volledig waren doorgevoerd. In het toetredingsverdrag werd met het oog hierop een zogenaamde "vrijwaringsclausule" opgenomen. Deze clausule is bedoeld om druk te blijven uitoefenen op de Roemeense overheid om door te gaan met hervormingen, ook na de toetreding tot de EU. Daarnaast heeft de EU nog een ander drukmiddel: het onthouden van EU-gelden.

Terwijl de Europese Commissie overwegend positief was over de toetreding van Roemenië tot de Unie, waren de Europarlementariërs kritischer. Ook de Nederlandse leden van het Europees Parlement bleken problemen te hebben met de toetreding van Roemenië. De toenmalige Europarlementariërs Joost Lagendijk (GroenLinks) en Camiel Eurlings (CDA) stelden dat het achteraf onverstandig was een datum vast te stellen voor de toetreding.

Volgens hen, en vele andere parlementariërs, kan het enige criterium zijn of een land al dan niet voldoet aan de criteria. De datum is destijds vastgesteld door Eurocommissaris Günter Verheugen. Hij wilde zowel Roemenië als Bulgarije een duidelijk perspectief bieden op toetreding om eventuele anti-Europese krachten geen kans te geven.

In juli 2011 bracht de Europese Commissie een kritisch rapport uit over de voortgang van de hervormingen in Roemenië. De inzet van de Roemenen om het justitiële systeem aan te passen en corruptie tegen te gaan, moet volgens de Commissie worden verhoogd. Deze kritische conclusies trok de Commissie ook al in in 2010, 2009 en 2008. Als sanctie hield de EU in 2009 al haar bijdragen voor onder andere de Roemeense landbouwsector in, om zo het gebrek aan hervormingen niet zonder gevolgen te laten bestaan.

Voor 2011 is afgesproken dat Roemenië zich richt op een transparanter juridisch systeem, de oprichting van een agentschap voor integriteit en het verbeteren van de processen die al in gang zijn gezet. Ook de strijd tegen corruptie moet intensiever worden.

3.

Relatie Europese Unie en Roemenië

Tijdens het dictatoriale bewind van Nicolae Ceausescu onderhield de Europese Unie minimale betrekkingen met de socialistische volksrepubliek Roemenië. In 1989 werd de Roemeense leider afgezet en geëxecuteerd door het leger. Het leger steunde namelijk de volksopstand die was ontstaan tegen het bewind van Ceausescu. Na de val van de Berlijnse Muur werd Roemenië een republiek die steeds meer open stond voor relaties met West-Europa.

Diplomatieke relaties tussen De Europese Unie en Roemenië dateren uit 1990. In 1991 tekende Roemenië een Handel- en Samenwerkingsovereenkomst. In 1993 sloten de Europese Unie en Roemenië een Europa-overeenkomst die de basis legde voor nauwe samenwerking en de invoering van een vrijhandelszone. De Europa-overeenkomst werd twee jaar later van kracht. Een paar maanden later, in juni 1995, vroeg het land het lidmaatschap van de Europese Unie aan. De toetredingsonderhandelingen werden in 2000 gestart en in 2004 afgerond. Het toetredingsverdrag werd in 2005 getekend en de toetreding werd op 1 januari 2007 officieel.

4.

Belang toetreding Roemenië voor de Europese Unie

De toetreding van Roemenië was voor de Europese Unie van strategisch belang bij het vormen van een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek. Roemenië speelt een belangrijke rol spelen bij het bewaken van de Oostgrens van de Europese Unie. Roemenië vormt tevens een brug met Oost-Europa, met name met Moldavië en Oekraïne. Ook geeft Roemenië toegang tot de landen van de Zuidelijke Kaukasus door het kanaal dat de Donau met de Rijn verbindt.

Regionale samenwerking en het bevorderen van democratie in de Westelijke Balkanlanden en de Zwarte Zee-regio is tevens een inbreng van Roemenië. Zo heeft Roemenië tijdens het Kosovo-conflict al een stabiliserende en constructieve houding aangenomen.

5.

Nederlandse insteek

In Nederland werd de toetreding van Roemenië zowel in de Eerste als in de Tweede Kamer behandeld. Op 7 februari 2006 werd het wetsvoorstel om Roemenië als lid op te nemen binnen de Europese Unie door de Tweede Kamer goedgekeurd. GroenLinks, PvdA, D66, VVD, Christenunie, SGP en LPF stemden voor.

De Kamerleden Jan Jacob van Dijk (CDA), Hans van Baalen (VVD), Frans Timmermans (PvdA), Lousewies van der Laan (D66) en de woordvoerders van GroenLinks, ChristenUnie, SGP en LPF waren ervan overtuigd dat hun ja-stem Roemenië zou stimuleren de hervormingen verder door te voeren.

Toch stemde het CDA tegen omdat de partij pas toestemming wil verlenen als alle criteria voor toelating zijn gehaald. Ook vond het CDA dat de Tweede Kamer een beslissing moest nemen op basis van een voortgangsrapport uit oktober 2005, terwijl een nieuw rapport in mei 2006 uit zou komen. De partij besloot daarom niet in te stemmen met ratificatie van het toetredingsverdrag. Met dit besluit wilde het CDA een voorbeeld stellen voor andere potentiële kandidaat-lidstaten.

Van Baalen was het hiermee oneens. Hij vond het standpunt van het CDA schadelijk voor de reputatie van Nederland als handelsnatie. Nederland en Roemenië hebben namelijk goede handelsrelaties en Nederland neemt een toppositie in wat betreft het aantal buitenlandse investeerders.

Op 13 juni 2006 heeft de Eerste Kamer het 'Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie' goedgekeurd. Eimert Middelkoop van de Christenunie wilde vlak voor de stemming nog een reactie van minister Bot van Buitenlandse Zaken over de teruggave van kerkelijke goederen aan (Hongaarse) minderheden. Minister Bot verzekerde de Kamerleden daarna dat hij bij de Europese Commissie zou aandringen dit punt op te nemen in de voortgangsrapportages.

De wet die de toetreding van Roemenië goedkeurt, werd zonder stemming aangenomen, alleen de SP maakte een aantekening. Zij gaven daarmee aan dat als er stemmingen waren geweest, zij tegen hadden gestemd.

6.

Meer informatie

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: