Vlag Macedonië

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft in maart 2004 het kandidaatlidmaatschap van de Europese Unie aangevraagd. In december 2005 concludeerden de Europese Raad en de Europese Commissie dat Macedonië voldoende voortgang maakte met het uitvoeren van het vredesakkoord met de Albanese minderheid en werd de status van kandidaatlidstaat toegekend.

Met dit Akkoord van Ohrid kwam in 2001 een einde aan de conflicten tussen etnische Albanezen en het Macedonische regeringsleger. De Europese Commissie heeft naar aanleiding van de goede resultaten die het land de afgelopen jaren geboekt heeft op het gebied van politiek, economie en de rechtspraak besloten dat de toetredingsonderhandelingen met Macedonië geopend kunnen worden, ondanks het feit dat de 'naamkwestie' met Griekenland nog niet is opgelost. Dit blijft echter wel een zeer belangrijke vereiste voor daadwerkelijke toetreding.

Het voortgangsrapport over 2011 laat zien dat Macedonië een aantal flinke stappen heeft gezet in het hervormingsproces. De verkiezingen van 2011 waren in lijn met internationale standaarden. Het land is ook goed op weg een functionerende markteconomie te worden. De Commissie vindt dan ook dat de onderhandelingen gestart kunnen worden. Wel blijft de rechtsstaat instabiel, en het openbaarbestuur inefficiënt.

Hoewel vooruitgang is geboekt met belangrijke doelstellingen uit het akkoord van Ohrid (zoals op het gebied van minderheidstalen, representatieve vertegenwoordiging en decentralisatie), zijn verdere inspanningen nodig om aan de doelstellingen van het akkoord te voldoen.

Het Europees Parlement heeft de Raad in januari 2010 en april 2011 opgeroepen zo spoedig mogelijk met toetredingsonderhandelingen te beginnen. Net als de Europese Commissie heeft het EP verklaard dat in Macedonië het openbaar bestuur en de rechterlijke macht, vrouwenrechten, corruptie en non-discriminatie van etnische minderheden nog aandacht verdienen, maar dat er positieve veranderingen plaatsvinden. Tijdens het Poolse voorzitterschap moet er een oplossing komen voor de naamkwestie tussen Griekenland en Macedonië.

1.

In vogelvlucht

In maart 2004 vroeg Macedonië het lidmaatschap van de Europese Unie aan. De Europese Raad van regeringsleiders vroeg de Europese Commissie toen een advies op te stellen over een eventuele toetreding. In dit advies ging de Commissie in op de vraag in hoeverre Macedonië op termijn kan voldoen aan de Kopenhagencriteria en de voorwaarden van de Stabilisatie- en Associatie-overeenkomst.

Op 18 juli 2005 evalueerde de Stabilisatie- en Associatieraad de politieke situatie van Macedonië. Vastgesteld werd dat Macedonië zich aan het Akkoord van Ohrid hield voor wat betreft het aanpassen van de wetgeving. Ook werd aangegeven dat de decentralisatie goed op gang gekomen was: de lokale autoriteiten werden versterkt in hun politieke macht. Het akkoord van Ohrid zorgde dus voor een terugkeer naar stabiliteit in Macedonië.

Op 9 november 2005 gaf de Europese Commissie een positief advies over het verzoek van Macedonië om kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te worden. De Commissie ging in haar advies in op de vorderingen van Macedonië om te voldoen aan de criteria voor het lidmaatschap van de Unie.

Naast tevredenheid over bijvoorbeeld de samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal, de privatisering van overheidsbedrijven en de aanpassingen naar aanleiding van het Akkoord van Ohrid gaf het advies ook enkele knelpunten weer.

Ten eerste constateerde de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) dat op grote schaal stembusfraude had plaatsgevonden bij de burgemeestersverkiezingen in maart 2005.

Ten tweede stond de onafhankelijkheid van politie en justitie ter discussie. Bij de hervormingen van de politie startte Macedonië een beleid om minderheden op te nemen in het politiekorps en probeerde het land de politieke onafhankelijkheid binnen het korps te realiseren. Voor de onafhankelijkheid en doelmatigheid van het justitiële apparaat is echter nieuwe wetgeving nodig.

Ten slotte leidt het buitenlandse beleid van Macedonië af en toe tot discussie. Zo viel de Europese Unie over een bilaterale overeenkomst die Macedonië had afgesloten met de Verenigde Staten. Het ging om een overeenkomst die Amerikaanse burgers uitsluit van vervolging door het Internationaal Strafhof. Macedonië ging met het sluiten van deze overeenkomst tegen de regels van de Europese Unie in.

De naamkwestie

Griekenland weigert de naam Republiek Macedonië te erkennen, terwijl andere landen zoals Rusland, de VS, China, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije en Turkije dit wel doen. Griekenland is bang dat Macedonië aanspraken zal maken op de Noord-Griekse provincie Macedonië, zodra de naam Macedonië internationaal erkend is. Ook vreest Griekenland dat deze regio van haar klassiek-culturele erfgoed beroofd zou worden door de toekenning van de naam Macedonië aan een van origine Slavisch land. Macedonië heeft aangegeven bereid te zijn tot naamsverandering.

De Europese Unie geeft heeft de onderhandelingen over de naamkwestie tussen Macedonië en Griekenland tot nu toe zo veel mogelijk overgelaten aan de Verenigde Naties.

Het begrotingstekort waar Griekenland mee kampt biedt volgens sommige diplomaten een mogelijkheid om de naamkwestie op te lossen. Eurocommissaris Stefan Füle heeft in februari 2011aangegeven dat op korte termijn een oplossing voor de kwestie moet worden gevonden. Pas als deze kwestie is opgelost, kunnen de toetredingsonderhandelingen met Macedonië van start gaan. Gezien de voortgang van de hervormingen in Macedonië zou dit op korte termijn kunnen gebeuren.

De kwestie over de naam Macedonië is nog steeds niet opgelost. Griekenland heeft ervoor gezorgd dat de oplossing van deze kwestie cruciaal geworden is voor het toetredingsproces van Macedonië tot de EU. De Europese leiders hebben in juni 2008, onder druk van Griekenland, daarom de start van de toetredingsonderhandelingen uitgesteld. Het Sloveens Voorzitterschap heeft wel aangegeven dat de oplossing van de kwestie over de naam van essentieel belang is, maar dat het geen absolute voorwaarde is om de toetredingsonderhandelingen te starten. Ook voorzitter Barroso van de Europese Commissie heeft bezworen dat pas van volledig EU-lidmaatschap sprake kan zijn als de kwestie rond de naam opgelost is.

Voortgang hervormingen

Op 17 december 2005 besloot de Europese Unie Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te geven. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Phillipe Douste-Blazy zorgde bij de vergadering van de Raad van Ministers nog voor enige spanning door een onduidelijk tegengeluid te geven: hij wilde tijdens deze vergadering namelijk niet de indruk wekken dat er een nieuwe uitbreidingsgolf op komst was. Ook zei hij dat Frankrijk eerst een uitvoerig debat wilde voeren over de financiële en institutionele mogelijkheden van de Europese Unie om nieuwe lidstaten op te nemen. President Chirac van Frankrijk stemde binnen de Europese Raad van regeringsleiders echter niet tegen de erkenning van Macedonië als kandidaat-lid.

In het voortgangsrapport in 2007 over de voortgang van de hervormingen in Macedonië oordeelde de Commissie dat het land voldoende resultaten heeft behaald in de strijd tegen corruptie. Ook was de mensenrechtensituatie van minderheden in het land verbeterd. Wel benadrukte de Europese Commissie dat nog veel hervormingen nodig waarin voordat toetreding binnen bereik zou komen. Zo moest het land de hoge werkloosheid bestrijden en verdere bestuurlijke hervormingen doorvoeren.

Ook moest de politieke dialoog nog vaker gezocht worden en moest het functioneren van politieke instituties, in het bijzonder dat van het parlement, aanzienlijk verbeterd worden. Daarnaast moesten maatregelen genomen worden om te zorgen dat ambtenaren vrij van politieke belangen kunnen opereren. Op het gebied van economie bleef de hoge jeugdwerkloosheid een belangrijk punt van zorg.

In februari 2008 werd de voortgang van de hervormingen in Macedonië besproken in het Europees Parlement. In het rapport van het Nederlandse parlementslid Erik Meijer (SP) lieten Europarlementariërs weten blij te zijn met de politieke en economische hervormingen van het land. Ook zeiden de Europarlementsleden onder de indruk te zijn van de doorgevoerde hervormingen op het gebied van justitie. Wel werd benadrukt dat het, ondanks de visa-regeling tussen Macedonië en de EU, nog altijd moeilijk is voor Macedoniërs om de EU binnen te komen.  

Het voortgangsrapport over 2008 laat zien dat Macedonië in dat jaar vooruitgang heeft geboekt op het gebied van politie en justitie, maar dat aan de politieke criteria voor toetreding nog niet werd voldaan. Op belangrijke terreinen moesten nog resultaten worden bereikt. Een positieve ontwikkeling die werd genoemd is dat het  Akkoord van Ohrid  de weg vrij heeft gemaakt voor een multi-etnische democratie die zich steeds verder aan het versterken is. 

Daarnaast zorgden ook corruptie, politieke onrust en spanningen met de etnisch Albanese minderheid ervoor dat nog geen datum werd vastgesteld voor de start van de onderhandelingen voor daadwerkelijke toetreding. De Europese Unie trapte dus voorlopig even op de rem bij het toetredingsproces van Macedonië.

Door de goede prestaties die Macedonië liet zien in de voortgangsrapportage over 2009, liet de Europese Commissie weten nu wel te willen beginnen met de toetredingsonderhandelingen. Macedonië zal zich echter wel actief moeten blijven inzetten om de voortgang in 2009 door te zetten en ook de naamkwestie moet zijn opgelost voordat het land het EU-lidmaatschap kan krijgen.

De nieuwe pro-Europese regering onder leiding van minister-president Nikola Gruevski, die op 26 juli 2008 is goedgekeurd door het Macedonische parlement, heeft aangegeven er alles aan te doen om het toetredingsproces tot de EU te versnellen.

Het Europees Parlement heeft in april 2011 nogmaals aangedrongen op het spoedig starten van toetredingsonderhandelingen. De naamkwestie staat echter een begin van de onderhandelingen nog steeds in de weg.

In oktober 2011 heeft de Commissie in hun jaarlijks voortgangsrapport verklaard dat Macedonië klaar is om de onderhandelingen te starten.  

Regionale vrijhandelszone

Op 19 december 2006 is het CEFTA-akkoord ondertekend. Dit vrijhandelsakkoord is in 2007 in werking getreden. De CEFTA bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en de UNMIK namens Kosovo. De vrijhandelszone heeft als doel het handelsvolume van de regionale markt te vergroten en de regio aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven en investeerders.

2.

Relatie Europese Unie en Macedonië

Macedonië werd in 1991 onafhankelijk van de vroegere Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. In 1996 werd Macedonië opgenomen in het PHARE -programma van de Europese Unie. Een jaar later werden verschillende samenwerkings- en handelsovereenkomsten gesloten die in 1998 van kracht werden. In 2001 werd in Luxemburg een Stabilisatie- en Associatie-overeenkomst getekend die in april 2004 in werking trad.

De overeenkomst voorziet in verschillende handelsvoordelen voor Macedonië. Bijna alle Macedonische producten hebben zonder invoerheffingen toegang tot de Europese markt. Macedonië zal in de loop van het stabilisatie- en associatieproces de tarieven voor de invoer van producten uit de Europese Unie verlagen.

Financiële steun vanuit de Europese Unie

Tussen 1992 en 2005 verleende de Europese Unie 767 miljoen euro steun aan Macedonië. In de eerste jaren werd via het ECHO-programma steun verleend om humanitaire problemen aan te pakken. Door de verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking werd dit programma in 2003 stopgezet. De toenadering tot de Europese Unie heeft als gevolg dat de financiële steun nu nadrukkelijker wordt ingezet voor de hervormingen die nodig zijn om te voldoen aan de toetredingscriteria.

De Europese Investeringsbank ondersteunt sinds 2006 verschillende projecten in Macedonië waarbij de nadruk ligt op de wegenbouw.

Militaire steun vanuit de Europese Unie

De Europese Unie steunde het land niet alleen financieel maar ook militair. In navolging van de NAVO-missie zette de Unie van maart tot december 2003 de missie 'Concordia' in. Deze missie had als doel bij te dragen aan een veilige leefomgeving voor de Macedonische bevolking en de bepalingen van het Ohrid-akkoord te implementeren. Daarna werd een politiemissie geïnstalleerd, 'EUPOL Proxima', die de Macedonische politie ondersteunde bij de handhaving van recht en orde en bij de hervorming van het politieapparaat.

3.

Belang toetreding Macedonië tot de Europese Unie

Voor het vormen van een Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek is de toetreding van Macedonië van strategisch belang. Toetreding van Macedonië tot de Europese Unie kan zorgen voor stabilisering van de Zuidoost-Europese regio. Met toetreding van het land wordt verwacht dat het risico van conflicten in de regio zal afnemen.

Daarnaast is de toetreding van Macedonië van belang voor de Europese Unie omdat deze zorgt voor een vergroting van de interne markt. Op termijn stimuleert dit de economische groei in de EU.

4.

Nederlandse insteek

Nederland erkende Macedonië in 1993 onder de naam 'Former Yugoslav Republic of Macedonia'. De Nederlandse betrekkingen met Macedonië bestaan onder andere uit ontwikkelingssamenwerking. De afgelopen jaren bedroeg de steun jaarlijks 20-24 miljoen euro wat vooral werd geïnvesteerd in de private sector, het basisonderwijs en goed bestuur. Tevens is er samenwerking op het gebied van defensie via een 'Memorandum of Understanding'.

Bij de discussies in de Raad van Ministers over de toetreding van Macedonië was minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot samen met de Deense delegatie van mening dat er extra garanties moesten komen dat de kandidaat-status niet automatisch leidt tot de start van toetredingsonderhandelingen. Bij Macedonië is de datum voor de start van de onderhandelingen nog niet vastgelegd. Minister Bot wilde door Macedonië de status van kandidaat-lid te geven de stabiliteit van het land erkennen.

5.

Meer informatie

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: