Europese Beweging:
Grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie
Submenu:
Nieuws-items bij Grensoverschrijdende criminaliteit, ...
-
08-02Rapport van Europese Commissie over justitiële hervormingen en fraudebestrijding in Roemenië (en)
-
02-02Roemenië uit opnieuw harde kritiek op Nederland
-
02-02EP wil betere coördinatie van sport op Europees niveau
-
30-01NAVO-vloot onder leiding van Nederlandse commandeur bindt strijd aan met terrorisme
-
27-01Rapport over internetpiraterij VS (en)
Sinds de grenscontroles binnen de Europese Unie zijn weggevallen, werken de lidstaten nauw samen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. De toename van (illegale) asielzoekers, grensoverschrijdende criminaliteit en internationaal terrorisme onderstrepen de noodzaak van deze samenwerking. Mensenhandel, drugstransport en, sinds de euro is geïntroduceerd, valsemunterij zijn Europese problemen geworden. Misdaad beperkt zich niet tot nationale grenzen en een Europese aanpak is zodoende noodzakelijk.
Inhoudsopgave van deze pagina:
In mei 2005 tekenden zeven EU-lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk en Spanje) het Verdrag van Prüm. Dit verdrag viel op dat moment nog buiten het kader van de Europese Unie, en gold daarom uitsluitend voor de deelnemende landen. De doelstelling van het verdrag was de intensivering van de samenwerking op het gebied van de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie. Binnen deze doelstellingen lag het zwaartepunt bij het uitwisselen van informatie tussen de deelnemende landen in het kader van criminaliteit en terrorisme. Dat de samenwerking tussen de bovengenoemde landen naar tevredenheid verloopt, blijkt wel uit het feit dat nog eens acht EU-lidstaten (Bulgarije, Finland, Griekenland, Italië, Portugal, Roemenië, Slovenië en Zweden) hun interesse voor lidmaatschap van het Prüm-Verdrag kenbaar hebben gemaakt.
In oktober 2007 kwam de Raad van Ministers op initiatief van Duitsland, dat toentertijd het EU-voorzitterschap bekleedde, met een voorstel om het Verdrag van Prüm op te nemen in het verdragsrechtelijke kader van de Europese Unie. Nadat de Raad met het voorstel was gekomen boog het Europees Parlement, in de vorm van de commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, zich erover. Onder leiding van de Spaanse rapporteur Bárbara Dührkop, kwam de commissie met een aantal aanbevelingen die op 22 april 2008 door het Parlement werden overgenomen. Het Parlement schaarde zich achter het plan en op 23 juni 2008 besloot de Raad om het Verdrag van Prüm voor de gehele Unie geldend te maken.
Voorstel inhoudelijk
Het voorstel van de Europese Commissie was erop gericht de bepalingen van het Verdrag van Prüm voor de gehele Europese Unie geldend te maken. Om dit te kunnen bewerkstelligen is een gelijkschakeling van alle EU-lidstaten op een aantal terreinen noodzakelijk. Samenwerking kan immers pas goed verlopen wanneer alle partijen dezelfde procedures en standaarden handhaven. Volgens het voorstel is gelijkschakeling nodig op de volgende terreinen:
-
-DNA-gegevens: Lidstaten moeten, voor zover dit nog niet het geval is, gebruik maken van de bestaande Europese afspraken over uitwisseling van DNA-gegevens. De al in gebruik verkerende Europese Standaard en Interpol Standaard gelden als uitgangspunt hiervoor.
-
-Vingerafdrukken: De lidstaten worden geacht hun databanken op het gebied van de registratie van vingerafdrukken te digitaliseren (Eurodac). Wanneer elke lidstaat dezelfde manier van registratie aanhoudt, wordt het in de toekomst heel simpel om vergelijkende onderzoeken uit te voeren aan de hand van vingerafdrukken.
-
-Voertuigregistratie: Ook de databanken voor de registratie van voertuigen moeten gedigitaliseerd worden. Hiervoor geldt dat de lidstaten allemaal gebruik moeten maken van hetzelfde registratiesysteem: het Europees voertuig- en rijbewijs-informatiesysteem (EUCARIS). Op deze manier zullen lokale politiekorpsen heel snel in staat zijn te controleren of een auto ergens in de Europese Unie als gestolen is opgegeven.
-
-Politiesamenwerking: Volgens de bepalingen van het Verdrag van Prüm zijn de EU-lidstaten vrij om onderlinge afspraken te maken over politiesamenwerking. Door de lidstaten hierin de vrije hand te geven blijft het mogelijk om direct en afgemeten te reageren op eenmalige noodsituaties. Zo kunnen politiekorpsen uit verschillende landen onderling afspraken maken over de tijd, plaats, kosten en jurisdictie van een specifieke operatie. Een voorwaarde voor een goed verloop van dergelijke afspraken is het opzetten van contactpunten tussen de verschillende EU lidstaten. Op deze manier kan men snel met elkaar in contact treden, en zodoende snel tot actie overgaan.
Voor alle bovengenoemde bepalingen gelden de volgende twee uitgangspunten:
-
-De uitwisseling van gegevens en samenwerking over het algemeen dienen plaats te vinden op het niveau van lokaal bestuur; denk hierbij aan regionale politiekorpsen in provincies en gemeenten. De reden hiervoor is de snelheid waarmee regionale opsporingsdiensten kunnen optreden. Wanneer men eerst alle gegevens op een centraal punt zou moeten controleren, bijvoorbeeld bij de AIVD, vist men vaak achter het net en zijn de verdachten al gevlogen.
-
-Bij de behandeling van vertrouwelijke informatie als DNA-gegevens en vingerafdrukken moet vanzelfsprekend uiterste voorzichtigheid worden betracht. Alle lidstaten zijn verplicht de verzamelde gegevens te voorzien van een codering. Op deze manier kunnen de gegevens niet misbruikt worden wanneer ze onverhoopt in de verkeerde handen vallen. Het recht op privacy is een groot goed in de Europese Unie, en dit moet dan ook goed beschermd worden.
Betere uitwisseling van gegevens in het kader van de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie is een goede stap voorwaarts. Op deze manier zullen de lidstaten beter in staat zijn om de EU veilig te houden. Deze inspanningen botsen echter nogal eens met de fundamentele rechten van de Europese burger. Het is daarom belangrijk om een goede balans te vinden tussen deze zaken.
Het Europees Parlement zet zich veel in voor de bescherming van persoonsgegevens en kwam in het najaar van 2009 met een blauwdruk met prioriteiten betreffende de bescherming van het burgerschap. Sinds het Verdrag van Lissabon is het Europees Parlement ook op dit gebied mederegelgever. Het EP heeft in 2010 meteen zijn tanden laten zien tijdens de onderhandelingen met de Verenigde Staten over uitwisseling van Europese bankgegevens (SWIFT). Ook heeft het Parlement afgedwongen dat een overzicht gepresenteerd werd van de Europese instrumenten die de verzameling en uitwisseling van persoonlijke gegevens regelen.
Het Stockholm-programma, dat door het Zweedse voorzitterschap eind 2009 is geïntroduceerd, staat centraal in het nieuwe veiligheidsbeleid in de EU. Ook in dit programma heeft de balans tussen veiligheid en vrijheid prioriteit. Een ander belangrijk element in het Stockholm-programma is het leven gemakkelijker maken voor EU-burgers die in een andere lidstaat wonen dan waar ze geboren zijn. Zo moet de burger in het geval van een geschil niet op achterstand gezet worden door taalproblemen of verschillende interpretaties van het recht. In december 2011 keurde het Europees Parlement een regeling goed waardoor slachtoffers van een misdrijf ook in andere EU-landen beter beschermd worden. Indien slachtoffers bijvoorbeeld een lidstaat bescherming krijgen, zullen zij deze nu ook in de andere lidstaten krijgen. Ook wil de Commissie vaart zetten achter 'Europese' opleidingen voor politie-officieren, rechters of officieren van justitie.
In juni 2010 ondertekenden de Europese ministers van Binnenlandse Zaken een verdrag om drugssmokkel harder te bestrijden. De voornaamste doelstelling van het verdrag is om de aanvoer van cocaïne en heroïne naar Europa af te snijden. Hiervoor is de samenwerking met landen buiten de Europese Unie van groot belang. Ook de samenwerking tussen de Europese en niet-Europese instanties die bij de bestrijding van drugssmokkel betrokken zijn, wordt door het verdrag versterkt.
Een maand na het sluiten van dit belangrijke verdrag op het gebied van de bestrijding van drugscriminaliteit maakte een adviseur van het Europees Hof van Justitie bekend dat Nederland personen die niet in Nederland wonen mag weren uit coffeeshops. Dit advies is nog geen definitieve uitspraak van het Hof, maar is een goed teken voor Nederland in de strijd tegen het drugstoerisme in de grensregio. Volgens de adviseur draagt het toegangsverbod voor drugstoeristen bij aan de strijd tegen de illegale drugshandel in de EU.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over grensoverschrijdende criminaliteit, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Door de uitwisseling van gegevens kan de criminaliteit beter bestreden worden
De uitwisseling op het gebied van gegevens in het kader van grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie is een goede stap voorwaarts. Op deze manier zullen de lidstaten beter in staat zijn om de EU veilig te houden. De grootste problemen zijn namelijk niet gebonden aan één lidstaat.
-
Zijn mijn gegevens nog wel goed beschermd?
Nu mijn gegevens op het gebied van DNA en vingerafdrukken voor de gehele EU toegankelijk zijn, heb ik twijfels over de mate waarin mijn privacy gewaarborgd zal worden.
Europa moet geen 'Big brother' worden. De EU moet er alles aan doen om een waterdicht mechanisme te creëren dat misbruik van persoonlijke gegevens snel ontdekt en desnoods bestraft.
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




