Europese Beweging:
Commissie-Ortoli (1973-1977)
Commissie-Ortoli (1973-1977) - Hoofdinhoud
Deze Europese Commissie trad aan op 6 januari 1973 en bleef in functie tot januari 1977. Het was de eerste commissie met leden uit Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De commissie kreeg te maken met de gevolgen van de olieboycot die Arabische landen instelden na de Jom Kipoeroorlog. Hierdoor werden enkele EG-lidstaten (waaronder Nederland) getroffen en dit zette de solidariteit tussen de EG-landen onder druk. De hogere olieprijzen veroorzaakten een verslechtering van de economische situatie, die grote werkloosheid tot gevolg had.
De commissie werkte, ondanks de economische tegenwind, verder aan totstandkoming van een Europese economische en monetaire unie. Door het associatieakkoord van Lomé in 1975 werd een stap gezet naar eerlijkere handelsrelaties met landen in Afrika, Latijns-Amerika en Oceanië. Na het herstel van de democratie in Portugal, Griekenland en Spanje verzochten die landen om toetreding tot de EG. De commissie adviseerde in 1976 positief over het openen van onderhandelingen met Griekenland. Een nieuw ingesteld Europees Regionaal Fonds bood de commissie mogelijkheden om zwakkere regio's in de Gemeenschap te ondersteunen.
Commissaris Lardinois probeerde te voorkomen dat bij de vaststelling van de landbouwprijzen verschillen in concurrentiepositie zouden ontstaan tussen de lidstaten. Dit probleem was een gevolg van de onderlinge monetaire koersverschillen. Hij kondigde verder maatregelen aan om de overproductie in de zuivel te beperken. Er werd besloten goedkoop boter te verkopen aan de Sovjet-Unie en om melkpoeder goedkoop ter beschikking te stellen van het wereldvoedselprogramma. Commissaris Simonet trachtte een begin te maken met sanering van de (deels verouderde) Europese ijzer- en staalindustrie. In 1976 kwam er een richtlijn over gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van arbeid.
naam |
land |
portefeuille |
politieke kleur |
Luxemburg |
mededinging en personeel & organisatie |
partijloos |
|
Duitsland |
onderzoek, wetenschap, onderwijs en Eurostat |
liberaal |
|
Frankrijk |
ontwikkelingssamenwerking, begroting en financiële controle |
liberaal |
|
Denemarken |
interne markt en douane-unie |
partijloos |
|
Duitsland |
economische zaken, financiën, kredietwezen en investeringen |
sociaaldemocratisch |
|
Ierland |
sociale zaken |
liberaal |
|
Nederland |
landbouw |
christendemocratisch |
|
Frankrijk |
voorzitter |
Gaullist (rechts-liberaal) |
|
Italië |
relaties met het parlement, milieu, consumentenbescherming, vervoer en voorlichting |
christendemocratisch |
|
België |
belastingen, financiële instellingen, energie en Euratom |
sociaaldemocratisch |
|
Verenigd Koninkrijk |
externe betrekkingen |
conservatief (rechts-liberaal) |
|
Italië |
industrie en technologie |
communistisch |
|
Verenigd Koninkrijk |
regionaal beleid |
sociaaldemocratisch |
Jean-François Deniau trad op 12 april 1973 af, vanwege zijn benoeming tot staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Messmer. Hij werd op 19 april opgevolgd door de sociaaldemocraat Claude Cheysson.
Ralf Dahrendorf trad op 25 september 1974 af vanwege een benoeming tot hoogleraar in Londen. Zijn opvolger was op 12 november 1974 Guido Brunner.
Altiero Spinelli trad in verband met zijn kandidatuur bij de Italiaanse parlementsverkiezingen op 6 juli 1976 af. De liberaal Cesidio Guazzaroni volgde hem op 13 juli op.
Vanwege blijvende invaliditeit kwam er op 14 juli 1976 een einde aan het commissielidmaatschap van Albert Borschette. Hij werd op 19 juli 1976 opgevolgd door de sociaaldemocraat Raymond Vouel.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




