EU-begroting 2010

Voor 2010 was er 141,5 miljard euro gereserveerd voor de begroting van de Europese Unie. De lidstaten moesten het samen eens worden over de EU-begroting. Daarna moest het Europees Parlement de begroting goedkeuren. Voor deze begroting geldt dat de procedure van 1 september tot 31 december 2009 liep. Zoals andere jaren begon men al in het voorjaar met de besprekingen.

In april 2009 presenteerde Siim Kallas, toen nog eurocommissaris voor Administratieve zaken, financieel toezicht en de aanpak van fraude met EU-gelden, de ontwerpbegroting. Op 17 december 2009 nam het Europees Parlement de definitieve begroting aan.

De Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad hebben bij de totstandkoming van de begroting verschillende rollen en bevoegdheden. Het EP praatte met het oog op de - destijds - aanstaande inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon al mee over zaken waar zij volgens de oude regels niets over te zeggen had.

1.

Het budget voor 2010

De begroting bedroeg 141,5 miljard euro. Dat was 1,2 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de lidstaten; het had maximaal 1,24 procent mogen zijn. Het budget was ten opzichte van 2009 met 3,6 procent gestegen. Van de 141,5 miljard lag 122,9 miljard euro al vast bij de start van het jaar, dat zijn de zgn. verplichte uitgaven.

De volgende punten waren belangrijk in de begroting voor 2010:

  • in de begroting werd 64,3 miljard euro gereserveerd voor maatregelen die gerelateerd zijn aan onderzoek, onderwijs en innovatie - dat is de grootste post op de Europese begroting. Uitgaven voor de landbouw bleven stabiel op 43,8 miljard euro.
  • financiering van het economisch herstelplan. Een extra financiering van 2,4 miljard euro werd betaald uit de niet-bestede middelen en de marges voor 2009-2010. Ook legden de lidstaten 120 miljoen euro 'vers' geld bij.
  • een reservering van 300 miljoen euro extra voor de zuivelsector, die in 2009 erg te lijden had onder de lage melkprijzen.
  • meer geld voor trans-Europese vervoers- en energienetwerken, uitkomend op een totaal van ruim 2 miljard euro, naast de 900 miljoen euro die werd uitgetrokken voor het GALILEO-project.
  • een nieuwe impuls van 4,6 miljard euro voor de modernisering van de energie- en communicatie-infrastructuur in plattelandsgebieden
  • de uitgaven voor ontwikkelingshulp stegen licht en komen uit op 8,1 miljard euro
  • de grootste stijging van het budget (met 16,2% uitkomend op ruim 1 miljard euro) was er voor het bestrijden van misdaad en terrorisme, en het immigratiebeleid.

Opvallend is dat voor het eerst meer dan de helft van het geld voor structuurfondsen bestemd was voor de twaalf lidstaten die in 2004 en 2007 zijn toegetreden. Ook steeg het aandeel van die landen in de uitgaven voor de landbouw.

2.

Europese Commissie

In 2010 was Algirdas Semeta als eurocommissaris voor Belasting, douane en financieel toezicht verantwoordelijk voor de begroting. Volgens hem was deze begroting een 'herstelbegroting' die gericht was op werkgelegenheid en economische groei. De uitgaven waren dan ook zowel in het ontwerpvoorstel, als in de definitieve begroting voornamelijk gericht op economisch herstel.

3.

Europees Parlement

Het Europees Parlement wilde oorspronkelijk een ruimere begroting maar heeft toch ingestemd met het voorstel van de Commissie.

Ook volgens het Europees Parlement was de belangrijkste doelstelling van het budget voor 2010 het aanpakken van de economische crisis. Een aantal prioriteiten van het EP waren:

  • Een economisch herstelprogramma voor groei en werkgelegenheid. De financiering van het afgesproken programma moest niet ten koste gaan van het geld dat beschikbaar was voor andere beleidsterreinen
  • Extra geld voor onderzoek en (schone en efficiënte) energie
  • Meer ondersteuning van melkveehouders
  • Meer geld voor energie, kleine en middelgrote bedrijven en de sociale dialoog
  • Steun voor sluiting van de Bulgaarse Kozloduy kerncentrale

Het Europees Parlement heeft veel invloed gehad op het uittrekken van extra geld voor de ontmanteling van de Bulgaarse kerncentrale en extra financiële steun aan melkveehouders.

Het Europees Parlement keurde de definitieve begroting op 17 december 2009 goed.

4.

Raad van Ministers

De Raad wilde oorspronkelijk een lager budget, maar stemde na debat met het Europees Parlement in met het uiteindelijke voorstel van de Commissie. Daarnaast wilde de Raad dat de financiering van het economisch herstelplan binnen de begroting zou vallen. Dit zou betekenen dat de financiering ervan ten koste zou gaan van een ander beleidsterrein.

5.

Verdrag van Lissabon

De begroting voor 2010 was de laatste begroting die nog onder het Verdrag van Nice viel. Door de bepalingen in het Verdrag van Lissabon zijn een aantal nieuwe procedures ontstaan en worden bepaalde procedures vereenvoudigd. Het Europees Parlement besluit voortaan samen met de Europese Raad over de gehele EU-begroting.

Het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven is komen te vervallen onder het Verdrag van Lissabon, waardoor het Europees Parlement voortaan invloed heeft op de gehele begroting. Het Europees Parlement heeft daar zelfs meer invloed op dan de Europese Raad.

6.

Controle op de uitgaven

Ieder jaar controleert de Europese Rekenkamer de uitgaven van de Europese Unie. Er wordt gekeken of het geld wel op de juiste manier is uitgegeven aan de zaken waar het voor bestemd was. In 2010 zijn er bij 3,7% van de uitgaven onregelmatigheden vastgesteld.

Het meest foutgevoelige beleidsterrein was plattelandsontwikkeling. Ook waarschuwde de rekenkamer dat de ontwikkelingen rond het noodfonds voor de euro wel gepaard moeten gaan met adequate controles op de overheidsgelden die ermee gemoeid zijn.

Dat wil niet zeggen dat bij 3,7% van de uitgaven sprake is van fraude. Eén van de oorzaken van de onregelmatigheden ligt volgens de rekenkamer bij de controlesystemen zelf. De EU én de lidstaten zullen hun controle moeten verbeteren.

7.

Meer informatie

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: