Europese Beweging:
De Val van de Muur in Nijmegen
Submenu:
De Val van de Muur in Nijmegen - Hoofdinhoud
Op woensdagavond 18 november 2009 organiseerde de EBN in samenwerking met het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1940-1945 en de websites europa-nu.nl en heeleuropa.nl een debat naar aanleiding van de Val van de Berlijnse Muur.
Ook in Nijmegen is stilgestaan bij de stormachtige gebeurtenissen in Midden- en Oost-Europa, nu twintig jaar geleden. Twee jonge leden van de EBN hebben in nauwe samenwerking met PDC (Europa-Nu.nl en HeelEuropa.nl) en het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek op 18 november jl. een interessante debatbijeenkomst georganiseerd. Daarvoor waren de volgende deskundigen uitgenodigd:
-
-Arie Oostlander, van 1989 tot 2004 lid van het Europees Parlement;
-
-dr. Wim van Meurs, docent politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit die tussen 1996 en 1999 doceerde aan de Humboldt universiteit in Berlijn;
-
-Bruno van den Elshout die onlangs een boek met foto’s plus interviews met jongeren uit de 27 lidstaten van de Unie heeft gepubliceerd (zie www.useuropeans.com)
-
-Eik en Conrad, twee jonge mannen die de omwentelingen van 1989 als elfjarigen in de toenmalige DDR hebben meegemaakt.
Het gesprek werd geleid door Malgorzata Bos-Karczewska die geboren is in Gdansk, de bakermat van Solidariteit. Zij beheert een website van en voor de Poolse gemeenschap in Nederland, www.polonia.nl en heeft onlangs in de EBN nieuwsbrief de herinneringen van de Poolse minister Skubiszewski aan ‘1989’ gepubliceerd.
Arie Oostlander riep in herinnering dat het toetredingsproces van de nieuwe lidstaten in Midden- en Oost-Europa door politieke druk van bepaalde lidstaten (zoals Griekenland en Duitsland) niet vlekkeloos was verlopen. In het bijzonder geldt dit voor Roemenië en Bulgarije, die in 2004 terecht nog niet werden toegelaten. De toetreding in 2007 kwam voor deze landen naar zijn mening te vroeg.
Desondanks aarzelt Oostlander niet om de uitbreiding voor 80% een succes te noemen. Daarbij staat voor hem voorop het behoud van de EU als gemeenschap van democratische landen die de ‘rule of law’ respecteren. De economische integratie ziet hij als secundair. Wel benadrukt Oostlander het belang van regulering voor een goede werking van (sociale) markteconomieën.
Dr. Wim van Meurs legde de nadruk op de ‘ups and downs’ in de ontwikkeling van de verschillende landen van Midden- en Oost-Europa sinds 1989. Opmerkelijk was dat de eerste niet-communistische regeringen vaak niet goed functioneerden. Daarom werden vervolgens vaak coalities gesloten met communisten (die de nodige regeringservaring inbrachten). Van Meurs stelt vast dat ‘Europa’ in de nieuwe lidstaten vooral emotie oproept, terwijl in de oude lidstaten eerder een verband wordt gelegd met regulering.
Wat dat betreft kan men in Oost en West iets van elkaar leren: wat meer emotie in de omgang met ‘Europa’ hier, wat meer oog voor het belang van goede Europese regels daar. Hij stelt daarbij vast dat het lastig is om mensen te mobiliseren voor iets dat inmiddels vanzelfsprekend is geworden. Voorts merkt Van Meurs op dat populisme geenszins een typisch Oost-Europees verschijnsel is, maar ook in West-Europa volop intrede heeft gedaan.
Bruno van den Elshout heeft op zijn zwerftochten door alle lidstaten van de Unie maar liefst 2500 jongeren – tussen de 20 en 30 jaar – geïnterviewd. De meesten van hen hebben de omwentelingen van 1989 niet bewust meegemaakt. Voor veel mensen hebben de veranderingen goed uitgepakt – maar niet voor degenen die weinig flexibel zijn, waaronder veel ouderen. Het is ook een tragische speling van het lot dat juist degenen die de aanzet tot de revoluties van 1989 hebben gegeven, niet zelden tot de verliezers behoren.
Verslag: Marko Bos


