Europese Beweging:
EU-Poort 12 april 2010: het buitenlandbeleid van de Europese Unie

EU-Poort 12 april 2010

De derde bijeenkomst van de EU-Poort, op maandagavond 12 april 2010, ging over de ontwikkeling van het buitenlandbeleid van de Europese Unie. Deze bijeenkomst was een co-productie van de Europese Beweging Nederland (EBN) en het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken (NGIZ); voor het NGIZ gold dit als de Van Bylandtlezing 2010. Deze werd uitgesproken door Pieter Feith.

Inhoud

1.

Verslag

Pieter Feith kan bogen op een lange ervaring als diplomaat. Hij is momenteel werkzaam in Kosovo als speciaal EU vertegenwoordiger, en was eerder actief in Atjeh en Sudan. Als bijzonder adviseur van EU buitenlandchef Catherine Ashton is hij tevens nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Europese buitenlandbeleid, waarvan deze civiele missies een belangrijk onderdeel vormen.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is weer een stap gezet op weg naar een democratischer en slagvaardiger Europa. Op het terrein van buitenlandse politiek is er sprake van een ontwikkeling in intergouvernementele richting. De wereld kenmerkt zich vandaag de dag door fragiele staten, terrorisme, verspreiding van massavernietigingswapens etc. De Europese Unie moet zich actiever, slagvaardiger en coherenter opstellen om haar veiligheid en belangen in brede zin te waarborgen. Het Verdrag van Lissabon creëert een nieuwe praktijk – de hoge vertegenwoordiger krijgt meer bevoegdheden en er wordt een Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) opgericht – om deze wijze van handelen mogelijk te maken.

De gemeenschappelijke analyse en doelstellingen van het buitenlands beleid van de Europese Unie geeft prioriteit aan de Balkan, Kaukasus, het Midden-Oosten en Afrika. Echter, de lidstaten zitten niet altijd op een lijn; Kosovo wordt bijvoorbeeld door vijf lidstaten niet erkend. De nieuwe vormgeving van het gemeenschappelijk buitenlands- en defensiebeleid geeft de ambitie van de EU aan om zich zowel politiek als economisch actiever in te zetten in conflictbeheersing- en crisisoperaties. Juist deze capaciteit kan de EU toegevoegde waarde geven in vergelijking met de VN, en de NAVO.

Op dit moment neemt de EU deel aan veertien missies, waarvan het overgrote deel van civiele aard is. In 2000 werd nog gedacht aan een militaire doelstelling van 60.000 mankrachten in een crisisgebied, dit blijkt in de praktijk niet haalbaar. De Europese prioriteiten en ambities dienen dan ook te worden aangepast aan wat wij realistisch aan middelen en menskracht beschikbaar kunnen stellen. Hierbij dient een afweging te worden gemaakt tussen missies die direct de belangen van de EU dienen (missions of necessity ) en missies van de EU die bijdragen aan vrede en veiligheid elders in de wereld (missions of choice ).

EULEX – de grootste civiele missie van de EU – levert bijvoorbeeld een onmisbare bijdrage aan de versterking van de rechtsorde in Kosovo, en helpt daarmee onze eigen samenleving te vrijwaren van grensoverschrijdende criminaliteit uit de Balkan. En ook de missies in Atjeh – een mission of choice leidden tot veel goodwill in Zuid-Oost Azië. Gezien de beperkte middelen, pleit Feith ervoor om missies meer resultaatgericht uit te voeren en toe te werken naar een politiek of

operationeel eindpunt.

Pieter Feith stond aan de wieg van de jongste staat in Europa. Zijn mandaat is gefundeerd op een twee-hoeden constructie, te weten de hoedanigheid van EU Special Representative (EUSR) vertegenwoordiger van de EU (minus 5 lidstaten die Kosovo niet erkennen) en internationaal civiel vertegenwoordiger (ICR) (22 EU landen, VS, Turkije en Noorwegen). Deze constructie duidt op het feit dat de EU alleen in nauwe samenwerking met de VS de problemen op de Balkan kan oplossen. Op termijn zullen de mandaten worden losgekoppeld en zal de EU de hoofdverantwoordelijkheid op zich nemen.

In zijn hoedanigheid als ICR vertegenwoordiger is Feith belast met de uitvoering van het Ahtisaari plan. Dit plan voorziet in verregaande autonomierechten voor minderheden, met name de Serviërs (10% van de bevolking). Ondanks de bevoegdheden om in te grijpen, probeert Pieter Feith zoveel mogelijk veranderingen tot stand te brengen via het beginsel van lokale en eigen verantwoordelijkheid van de Kosovaarse regering.

De afgelopen drie jaar hebben in het teken gestaan van het instellen van staatsinstellingen en het formuleren van een grondwet, het functioneren van de instellingen en aandacht voor goed bestuur en corruptiebestrijding. Een tweede lange termijn doelstelling is het toewerken naar verzoening, vergevingsgezindheid en het innerlijk verwerken van het verleden. Een derde doelstelling is Kosovo te integreren in de regio. In het belang van stabiliteit in de regio, dient regionale samenwerking tot stand te worden gebracht. Tevens dient het Noorden van Kosovo verder te integreren met de rest van het land.

Voor Kosovo is stabiliteit een voorwaarde om zich te ontwikkelen tot een vrije markt economie. De voornaamste voorwaarde voor economische groei is ‘the rule of law’ . Dit vergt bestuurlijke inzet meer dan diplomatieke.

Discussie

Kees Homan – adviseur Instituut Clingendael – vraagt naar de verhouding tussen de activiteiten die ondernomen worden door de EU en door de NAVO. Pieter Feith wijst erop dat voor de EU de VN de bron van legitimiteit van internationaal optreden blijft. De EU heeft tot op heden geen gevechtsmissies gevoerd, maar het Verdrag van Lissabon voorziet dat dit in de toekomst mogelijk is. Omdat we de NAVO al hebben, is de EU aan de militaire kant van crisisbeheersingscapaciteit niet altijd van toegevoegde waarde. Er is dan ook sprake van een niche voor de EU om actief te zijn in civiele missies. Dit is geen betoog voor een verdergaande taakverdeling tussen de NAVO en de EU. De EU heeft tevens behoefte aan een militaire niche.

Brands stelt vast dat de Unie vandaag de dag een andere EU is dan het sterke en coherente verband uit het verleden dat bestond uit 6 tot 9 lidstaten. De uitbreidingen hebben bijgedragen tot verzwakking van de cohesie binnen de EU. Pieter Feith ondersteunt deze constatering maar stelt tegelijkertijd vast dat alle lidstaten hebben ingestemd met de uitbreidingen. Tevens is stabilisatie van Europa naar het Oosten en Zuiden van het continent gerealiseerd. Echter, de Kaukasus vormt nog steeds een instabiel gebied aan de grenzen van Europa. Veel van de kleinere landen aan de grenzen van de EU willen dan ook om politieke, economische en/of idealistische redenen toetreden tot de EU.

Van Eekelen vraagt op welke termijn sprake kan zijn van een wezenlijke verandering in Kosovo. Wat is een redelijk toekomstbeeld? Pieter Feith wijst erop dat de NAVO is begonnen met het terugtrekken van militairen. Hij is tegen te lange aanwezigheid van internationale organisaties in conflictgebieden, echter je moet voorkomen dat je te snel vertrekt waardoor conflicten opnieuw ontstaan. Er zal sprake blijven van EU interventie zolang Kosovo geïnteresseerd is in toetreding. Over twee jaar zal de EU dan ook in een klein kantoor vertegenwoordigd worden op basis van correctieve bevoegdheden.

2.

Fotoverslag

EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010
EU-Poort 12 april 2010

Inhoud

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: