Europese Beweging:
In memoriam: Ad Geelhoed

1.

Professor mr. Ad Geelhoed: groot mentor en inspirator

Vrijdagmiddag. Professor Ad Geelhoed snelt vanuit zijn woon- en werkplek Luxemburg naar het Janskerkhof in zijn eigen studiestad Utrecht. Drie uur op pad voor twee uur college geven over het Europese recht en beleid aan de Universiteit Utrecht. De titel van dit college miskent de bijzondere kennisoverdracht die tijdens zijn college plaatsvond. Het ging veel verder dan het Europese recht en beleid. Prof. Geelhoed wist veel over al hetgeen economisch en juridisch ten grondslag heeft gelegen aan de wording van de huidige Europese Unie. Kennis die hij met compact opgezette colleges en scherpe analyses aan ons overbracht.

Geboeid zat ik zijn colleges bij. Mijn aantekeningen van die tijd vormen de kapstok waaraan ik gedurende mijn studiejaar aan het Europa College maar ook in mijn werkend leven als advocaat mijn opgedane kennis over de EU, haar beleid en haar rechtsvinding ophang.

Prof. Geelhoed keek als visionair vooruit en inspireerde zijn studenten hetzelfde te doen. Reeds in het jaar 2000 verzocht hij ons te schrijven over de liberalisering van het werknemersverkeer tussen Polen en Nederland en in dat verband de geleidelijke openstelling van de Nederlandse arbeidsmarkt voor Poolse werknemers.

Zijn verregaande conclusies als Advocaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie over o.a. het grensoverschrijdende recht op zorg en studiefinanciering zorgden voor een zekere sociale `empowerment` van migrerende EU-burgers. Als geen ander had Prof. Geelhoed juridisch oog voor de introductie van marktwerking op deze terreinen en daarmee indirect de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van sociale zekerheden in Europa. Zijn bijdrage daarin is ongekend groot geweest. De inspiratie die daaruit voortvloeide voor een nieuw generatie Europese juristen en denkers is eveneens zeer van belang geweest.

Wij verliezen in zijn heengaan niet alleen een scherp en analytisch jurist, maar een groot mentor en inspirator voor al zijn leerlingen op het gebied van Europa en haar recht.

Hélène Stergiou, oud-student van Prof. Mr. Ad Geelhoed (mei 2007)

2.

Ad Geelhoed en de semi-soevereine staat

Met prof.mr. Ad Geelhoed is een scherpzinnig doordenker van de Europese integratie heengegaan. Hij was juist vorig jaar herfst naar ons land teruggekeerd, na afloop van zijn termijn als advocaat-generaal bij het Hof van Justitie. Bij die gelegenheid wees hij er fijntjes op dat ‘het lelijke beest [van de Europese integratie] al in de woonkamer zit’.

Voor de toegenomen terughoudendheid onder de bevolking ten aanzien van Europa toonde Geelhoed wel enig begrip, gelet op drie ‘diep ingrijpende kwantumsprongen’ in twintig jaar: de interne markt, de monetaire unie en de uitbreiding in Midden- en Oost-Europa. Maar hij kapittelde de complete verwaarlozing door de nationale politieke elites: “Die zijn voor de volle honderd procent verantwoordelijk voor de Europese Unie zoals die nu is, maar zij hebben daarover te weinig verantwoording afgelegd”.  

Geelhoed had recht van spreken. Zeker twintig jaar lang heeft hij in diverse vooraanstaande functies – eerst als lid van de WRR, daarna als secretaris-generaal van opeenvolgend de departementen van Economische Zaken en Algemene Zaken – op indringende wijze aandacht gevraagd voor de gevolgen van de voortschrijdende Europese integratie voor het nationale bestuur en voor de noodzaak om ‘Europa’ beter in het nationale beleid te verankeren. Zo schetste hij in februari 1990 – vlak na de val van de Muur, en nog voordat het Verdrag van Maastricht de weg voor de monetaire unie vrijmaakte – in Socialisme en Democratie trefzeker de worsteling met Europa die ons land de laatste jaren zo zichtbaar in de greep houdt:

 

“De versnelling die het Europese integratieproces thans doormaakt, markeert het einde van het tijdperk waarin onze natie, in zichzelf besloten, tevreden kon zijn. De Nederlandse natie is semi-soeverein geworden; hij is belangrijke competenties aan de Gemeenschap kwijtgeraakt en andere moet hij delen. In de uitoefening van de overblijvende bevoegdheden is hij gedwongen de gevolgen van het marktintegratieproces te verdisconteren. En dat proces plaatst hem voor nieuwe beleidsopgaven.”

Bij het oplossen van die nieuwe opgaven zullen wij zijn denkkracht missen.

Marko Bos (mei 2007)

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: