Op 1 december 2009 trad het Verdrag van Lissabon in werking. Het verdrag moet de Europese Unie beter bestuurbaar en democratischer maken. De totstandkoming en de goedkeuring in de 27 EU-landen was een moeizaam proces, dat bijna vier jaar duurde.

De afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag in 2005 in Frankrijk en Nederland betekende niet dat de noodzaak om tot hervormingen te komen, was verdwenen. Met name de uitbreiding van de EU naar 27 lidstaten maakte aanpassing van procedures noodzakelijk. Daartoe werden nieuwe onderhandelingen gestart, die op 13 december 2007 resulteerden in ondertekening in Lissabon van een nieuw Verdrag. De onderhandelingen verliepen moeizaam, onder meer door een harde opstelling van Polen en doordat Italië een extra zetel in het Europees Parlement verlangde.

Het duurde twee jaar voordat het verdrag in de 27 EU-landen was goedgekeurd. Problemen deden zich met name voor in Duitsland, Polen, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.  Op 12 juni 2008 stemde de Ierse bevolking in een (eerste) referendum tegen goedkeuring van het verdrag. Nadat enkele toezeggingen waren gedaan, zoals behoud van de eigen eurocommissaris en de verzekering dat de nationale regels rond abortus en euthanasie niet worden aangetast, was er in oktober 2009 in een tweede referendum wel een meerderheid.

Het Verdrag van Lissabon zorgde onder meer voor versterking van de positie van het Europees Parlement, het in het leven roepen van een vaste voorzitter van de Europese Raad, invoering van een systeem van gekwalificeerde meerderheid bij besluitvorming in de Europese Raad en voorts de benoeming van een Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. De mogelijkheden van nationale parlementen om regelgeving door de EU te verhinderen, werden uitgebreid.

De financiële crisis en de daarop volgende recessie zorgden in diverse lidstaten voor ernstige begrotingsproblemen. Die werden nog verhevigd doordat de Griekse regering geknoeid bleek te hebben met cijfers over de staatsschuld. Tekorten in sommige andere EU-landen (met name Portugal, Ierland, Spanje) zetten de positie van de euro onder druk. Naast concrete steun door rijkere EU-landen werd ook de noodzaak gevoeld te komen tot strengere regels voor het financieel-economisch beleid in de lidstaten. Daartoe werd een wijziging van het Verdrag van Lissabon aangekondigd.

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: