Europese Beweging:
EU-Poort 23 juni 2011: Europa heeft een nieuw Strategisch Concept nodig

bij EU-Poort 23 juni 2011: Europa heeft ...

EU poort 23 juni 2011

Op 23 juni 2011 organiseerde de EBN in samenwerking de de Atlantische Commissie en NGIZ een EU-poort met als thema: Europa heeft een nieuw Strategisch Concept nodig. Dagvoorzitter was prof. dr Jan Rood (voorzitter NGIZ).

Inhoud

1.

Verslag

Veel EU-lidstaten bezuinigen fors op hun krijgsmacht, maar zonder daarbij onderling af te stemmen. Die afstemming is hard nodig voor het organiseren van de capaciteiten die een effectief veiligheids- en defensiebeleid vergen. Een belangrijke voorwaarde voor een gecoördineerd herstructureren van de nationale krijgsmachten is meer overeenstemming over een strategisch concept (of kader).

 

EU poort 23 juni 2011

Deze kwestie stond centraal tijdens de EU-Poort die deEuropese Beweging Nederland (EBN), de Atlantische Commissie en het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken (NGIZ) op donderdag 23 juni organiseerden. Het initiatief tot deze bijeenkomst werd genomen door dr. Wim van Eekelen, voorzitter van de EBN Commissie voor Veiligheid en Defensie. De EU-Poort werd voorgezeten door prof.dr. Jan Rood, Instituut Clingendael.

De discussie werd ingeleid door drie sprekers, te weten drs. Max Valstar, directie Veiligheidsbeleid, Ministerie van Buitenlandse Zaken, ambassadeur dr. Marjanne de Kwaasteniet, Permanent Vertegenwoordiger bij het Politiek en Veiligheidscomité van de EU en dr. Margriet Drent, Instituut Clingendael en Rijksuniversiteit Groningen. De afsluiting werd verzorgd door dr. Bram Boxhoorn, Directeur Nederlandse Atlantische Commissie.

Wim van Eekelen is verheugd dat deze unieke bijeenkomst waarin de hierboven genoemde drie organisaties samenwerken tot stand is gekomen. Op 20 november vorig jaar presenteerde de NAVO zijn nieuwe strategie. Het is hoog tijd dat ook in de EU nagedacht wordt over een Veiligheids- en Defensiestrategie. Deze strategie moet niet in concurrentie met de NAVO tot stand komen, maar de EU dient zich te richten op de vraag wat de EU in deze tijd moet doen. Leidend zijn hierbij hedendaagse dreigingen.

Een strategisch concept heeft drie functies. Ten eerste vormt een strategisch concept een akkoord over een visie die door de lidstaten gedeeld wordt en dus een politieke commitment. Ten tweede geeft de EU hiermee een positieve boodschap af aan alle burgers (intern) en anderen (extern) en ten derde kan deze strategie ten grondslag liggen aan een verdere uitwerking van een Europese defensieplanning. Het plan dat Solana in 2003 presenteerde bood een interessante visie, maar was geen strategisch concept, wat de basis kan vormen voor een Europees veiligheids- en defensiebeleid.

 

EU poort 23 juni 2011

Ambassadeur Marjanne de Kwaasteniet heeft enkele bezwaren bij een strategisch concept. Het is allereerst van belang om niet nog meer concepten en leesvoer te ontwikkelen waar vervolgens niets mee gebeurt. Ook is het belangrijk om uit te gaan van het eigen karakter, de eigen voorgeschiedenis, het eigen proces en de eigen verantwoordelijkheid van de EU en niet slechts in navolging van de NAVO tot een strategisch document te komen. Mw. De Kwaasteniet spreekt dan ook liever over een strategisch kader. Er is een reële kans dat de Europese lidstaten op dit moment niet in staat blijken om hun bilaterale en regionale verschillen opzij te zetten om tot een strategisch kader te komen, met het gevolg dat een debat over een strategisch kader juist de verdeeldheid bloot zou leggen.

Er zijn overigens ook verschillende redenen waarom een strategisch kader wel van nut kan zijn. Allereerst ligt de waarde van een strategisch kader vooral in de planning die eraan vooraf gaat. De totstandkoming van een strategisch kader kan dienen als een ‘bonding exercise’ voor de lidstaten.

Ten tweede is er na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een vacuüm ontstaan. De Hoge vertegenwoordiger Ashton blijkt tot op heden onvoldoende in staat om een agenda settende rol op zich te nemen. Er wordt teveel reactief gehandeld. Een strategisch kader kan duidelijkheid scheppen en een lange termijn agenda creëren.

Ten derde is er momenteel slechts in beperkte mate sprake van een coherent Europees extern beleid. Niet de oude pijlers en bijbehorende culturen, maar coherentie dient het uitgangspunt te zijn. Een strategisch kader kan bijdagen om de uitgangspunten voor een geïntegreerde benadering vorm te geven.

Ten vierde kan een strategisch kader helpen om de noodzaak van militaire en civiele capaciteitsversterking in een politiek daglicht te plaatsen. Een strategisch kader kan helderheid scheppen over wat het ambitieniveau voor het militair en civiele optreden van de EU is en over de toekomst van de EU Battlegroups.

Ten vijfde kan met een strategisch kader worden voorkomen dat de grote lidstaten, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, politieke initiatieven nemen en zich bewust onttrekken aan het institutionele proces. Toenemende euroscepsis en afbrokkelende solidariteit hebben een negatief effect op het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Tegelijkertijd verwachten onze Atlantische partners dat de EU verantwoordelijkheid gaat nemen, denk bijvoorbeeld aan de oproep van Robert Gates.

Een strategisch kader zou er als volgt uit kunnen zien. Allereerst dienen we gebruik te maken van de bouwstenen die er al liggen, o.a. de Europese Veiligheidsstrategie uit 2003 en de Petersberg-taken uit 1992. Ook moet het kader een helder en realistisch ambitieniveau bevatten voor het militair en civiel optreden en helder zijn over de benodigde capaciteit. Ter inspiratie kunnen we putten uit de militaire en civiele missies die de EU de afgelopen tien jaar in praktijk heeft ondernomen. Ten slotte moeten we niet vergeten dat de EU onderdeel is van een bredere internationale omgeving.

 

EU poort 23 juni 2011

Drs. Max Valstar is het eens met de stelling dat een nieuw strategisch concept nodig is. Als assistent van Jeroen van der Veer, de vice-voorzitter van de NAVO Groep van Experts heeft hij de totstandkoming van het Strategisch concept van de NAVO van dichtbij meegemaakt. De belangrijkste redenen om te komen tot een nieuwe strategisch concept waren de veranderingen in de veiligheidsomgeving, de toetreding van twaalf nieuwe NAVO landen sinds de overeenstemming over het Strategisch concept in 1999, de financieel economische crisis en het afnemende publieke draagvlak voor samenwerking binnen de NAVO. Daarbij komt dat het narratief voor het bestaan van de NAVO sinds de Koude Oorlog minder duidelijk geworden.

In het strategisch concept dat in november 2010 is gepresenteerd heeft de NAVO overeenstemming bereikt over de taken en een heldere boodschap. De NAVO is een regionale organisatie die rekening houdt met dreigingen van buiten en samenwerkt met partners in de hele wereld.

Bij de totstandkoming van het nieuwe strategische concept was het proces heel belangrijk. Er was sprake van een transparant proces waarbij experts in de hoofdsteden van de NAVO landen met elkaar in debat gingen, wat heeft geleid tot coherentie. De nieuwe strategie biedt overigens geen oplossing voor de financiële crisis en de bezuinigingen op het militaire en defensieapparaat in de NAVO landen. Burden sharing is een reëel probleem dat slecht is voor de cohesie binnen de NAVO. Concluderend kan worden gesteld dat de totstandkoming van een strategisch concept kan bijdragen aan eenheid en cohesie maar dat het geen garanties biedt voor burden sharing en out of area missies.

Dr. Margriet Drent houdt een betoog voor de ontschotting van militaire en civiele missies, benadrukt de overlap tussen interne en externe dreiging en roept op tot een geïntegreerde veiligheidsbenadering. Ondanks het feit dat hier op dit moment weinig behoefte aan is, is de urgentie – mede als gevolg van de dalende publieke gelden die worden besteed aan defensie – relevanter dan ooit tevoren. Een strategisch concept kan duidelijkheid en helderheid scheppen in de regio’s die voor de EU belangrijk zijn, de mogelijke scenario’s van situaties die onderdeel dienen te vormen van de gemeenschappelijke veiligheids- en defensiestrategie en de daarbij behorende capaciteit.

Drent plaatst kanttekeningen bij de ambities van het huidige veiligheids- en defensiebeleid. Deze zijn mogelijk te hoog, helemaal gezien het feit dat veel landen de internationale afspraken niet nakomen en mede als gevolg van de financiële crisis bezuinigen op veiligheid en defensie. Uitgangspunt zou in ieder geval moeten zijn dat er afstemming plaats vindt over de bezuinigingen.

 

EU poort 23 juni 2011

Het is belangrijk dat het strategisch concept in gezamenlijkheid tot stand komt. Het proces is hierbij geen doel maar wel een middel om de visies van verschillende lidstaten te stroomlijnen en te verbinden. Het proces kan bijdragen aan de bewustwording van een gemeenschappelijk veiligheidsbelang. Het is belangrijk dat Europese burgers beseffen wat de EU voor hun veiligheid doet, om zo het draagvlak te vergroten.

Je kunt niet zomaar een vergelijking maken tussen de NAVO en de EU. De EU onderscheidt zich juist van de NAVO, omdat het een pluriforme alomvattende veiligheidsactor is, die de veiligheid en het welzijn van burgers in brede zin moet borgen. Hiertoe is een sterke nadruk op militaire veiligheid niet voldoende. De EU beschikt al over zowel civiele als militaire capaciteit, echter een geïntegreerde veiligheidsbenadering vereist een overbrugging van het pre-Lissabon gedachtegoed waarin de pijlers (en dus een scheiding tussen civiele en militaire missies) leidend waren.

Vanuit de zaal kwamen diverse vragen o.a. over de verhouding en taakverdeling tussen het de NAVO en de EU, wat wordt verstaan onder de definities (concept, strategie, doctrine), de bijstandsverplichting en solidariteit binnen de EU (en NAVO). De avond werd afgesloten met een slotwoord door dr. Bram Boxhoorn.

verslag: Gera Arts

2.

Meer over...

Inhoud

Stuur door

Nieuwsbrief EBN

Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN: