Europese Beweging:
Staatsschuld Italië
Submenu:
Nieuws-items bij Staatsschuld Italië
-
18-05-2012Nieuwe gezichten op G8-top
-
17-05-2012Bankaandelen Italië en Spanje flink omlaag
-
16-05-2012IMF prijst Italiaanse crisisaanpak
-
16-05-2012Rentes Spanje en Italië verder omhoog
-
12-05-2012Barroso: 'Grieken desnoods uit euro'
Staatsschuld Italië - Hoofdinhoud
Italië lijkt, na Portugal, Ierland en Griekenland, het vierde Europese land te zijn dat in de problemen komt door een te grote staatsschuld. Van alle landen in de eurozone heeft alleen Griekenland een grotere staatsschuld dan Italië. Omdat beleggers er weinig vertrouwen in hadden dat de regering van voormalig premier Silvio Berlusconi de benodigde hervormingen zou doorvoeren, werd het voor Italië moeilijk om kapitaal aan te trekken op de internationale geldmarkt. Inmiddels lijkt de situatie iets verbeterd. De nieuwe regering van premier Mario Monti kan rekenen op brede nationale en internationale steun en lijkt in staat de noodzakelijke maatregelen te nemen om het land uit de crisis te loodsen.
De Italiaanse regering heeft tot nu toe nog geen hulp gevraagd van de Europese Unie, maar het lijkt een kwestie van tijd te zijn voor de Italianen aanspraak moeten maken op een garantstelling uit het Europese noodfonds. Tijdens de Eurotop eind oktober 2011 presenteerde Italië nieuwe bezuinigingsplannen, maar moest het land ook instemmen met toezicht door het IMF. Het land wil uiterlijk in 2013 de begroting op orde hebben. De pensioenleeftijd gaat op termijn omhoog naar 67 jaar.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Het belangrijkste probleem van Italië is de grote staatsschuld. Deze bedraagt 1.800 miljard euro: 119 procent van het bruto binnenlands product. Banken, pensioenfondsen en dergelijke uit andere landen hebben erg veel geld aan Italië uitgeleend. Daar staat tegenover dat het begrotingstekort relatief beperkt is: minder dan 5 procent van het bbp. Daarmee scoort Italië niet slecht in vergelijking met andere landen uit de eurozone.
Terwijl de Europese Unie werkte aan steunmaatregelen voor Ierland, Portugal en Griekenland, werd ook openlijk de vrees uitgesproken dat Italië bij de schuldencrisis betrokken zou raken. De Italianen verzekerden echter dat het risico hierop klein zou zijn: Italiaanse banken hadden geen grote belangen in de getroffen landen en de staatsschuld van het land zou relatief ongevoelig zijn voor buitenlandse druk.
Grote beleggers geloofden echter niet in deze uitspraken van de Italiaanse regering. De zorgen groeiden gedurende de zomer van 2011, waardoor de rente op Italiaanse staatsobligaties in juli steeg tot zes procent. Daardoor werd het steeds moeilijker voor de Italiaanse regering om geld te lenen. Er werd een omvangrijk bezuinigingspakket vastgesteld van 48 miljard euro.
De onrust op de kapitaalmarkt leidde er dan ook toe dat op 2 augustus een comité voor financiële stabiliteit van de Italiaanse regering bijeen moest komen. De toenmalige minister van economische en financiële zaken Giulio Tremonti overlegde bovendien telefonisch met eurocommissaris Olli Rehn (Monetair beleid).
De Italiaanse autoriteiten, de Europese Commissie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bleven echter benadrukken dat de Italiaanse economie gezond was en dat er geen reden was voor angst. Volgens minister Tremonti zou de chaos op de markt vooral een gevolg zijn van twijfel over de politieke stabiliteit van Italië, en niet over de economie van het land.
Op 4 oktober 2011 verlaagde kredietbeoordelaar Moody's de Italiaanse rating met drie stappen, omdat het land gebukt zou gaan onder 'politieke en economische onzekerheden'. Op 7 december verlaagde ook kredietbeoordelaar Dagong de Italiaanse rating van 'A-min' naar 'BBB'. Op 13 januari 2012 verlaagde Standard & Poor's de kredietwaardigheid van Italië met twee niveaus naar BBB+.
Ongeacht de reden van de stijgende rente wordt het voor Italië steeds moeilijker om geld bij te lenen. Het is daarom zeer goed mogelijk dat het land in de nabije toekomst toch gebruik zal moeten maken van enige vorm van Europese steun.
Op de Europese top van eind juli 2011 besloten de Europese regeringsleiders al om het EFSF, het noodfonds voor eurolanden, de mogelijkheid te geven om ook landen bij te staan zonder dat ze in acute nood verkeren. Voorzitter van de Europese Commissie Barroso stelde op 3 augustus voor om het EFSF uit te breiden, omdat het huidige fonds niet groot genoeg is om ook Spanje en Italië bij te staan als die landen nog verder in de problemen komen.
Op 16 november 2011 liet EFSF-topman Klaus Regling echter weten dat de financiële markten niet moeten verwachten dat het Europese noodfonds snel zal verruimen.
Tijdens de Eurotop eind oktober 2011, waarin de Raad een akkoord moest bereiken over de aanpak van de schuldencrisis, presenteerde Italië zijn bezuinigingsplannen. Het land wil uiterlijk in 2013 de begroting op orde hebben en vanaf 2014 moet er zelfs een begrotingsoverschot zijn bereikt. Daardoor moet de bruto-overheidsschuld in 2014 tot 113% van het bbp zijn verminderd. De komende jaren wordt er vooral nog geïnvesteerd in onderwijs, werkgelegenheid, digitale agenda en infrastructuur. De pensioenleeftijd gaat uiterlijk in 2026 omhoog naar 67 jaar.
Begin november 2011 werd bekendgemaakt dat het Internationaal Monetair Fonds toezicht gaat houden op de vooruitgang die het land boekt met economische hervormingen en bezuinigen.
De regering van Berlusconi had de grootste moeite om hervormings- en bezuinigingsvoorstellen door het parlement goedgekeurd te krijgen. Toenemende druk van de financiële markten forceerde de zaak: Berlusconi stelde dat hij zou aftreden - een eis van de oppositie - op de voorwaarde dat zijn bezuinigingsmaatregelen zouden worden aangenomen.
Het pakket werd aangenomen en Berlusconi trad begin november 2011 af. Voormalig eurocommissaris Mario Monti is zijn opvolger. De econoom stelde een zakenkabinet samen en wil nog veel meer structurele hervormingen doorvoeren. Zo moet de Italiaanse economie na jaren van stagnatie weer concurrerender worden. De financiële markten reageerden in eerste instantie positief op de benoeming van Monti. Het lijkt er inmiddels op dat de onzekerheid echter aan zal houden tot Monti zijn hervormingen heeft doorgevoerd.
Op vrijdag 16 december werd het bezuinigingspakket door een ruime meerderheid van het Huis van Afgevaardigden goedgekeurd. 495 afgevaardigden stemden voor en maar 88 tegen. De senaat moet nog met de maatregelen instemmen. Volgens dit pakket zal er ruim 30 miljard bezuinigd worden. De scherpe kantjes zijn er na protesten afgehaald. Bejaarden met een klein pensioen worden bijvoorbeeld ontzien.
In april 2012 werd het principe van begrotingsevenwicht in de Italiaanse grondwet opgenomen.
Meer informatie
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




