Europese Beweging:
EU-Poort 15 september 2011: (de) weg uit de crisis!
Submenu:
EU-Poort 15 september 2011: (de) weg uit de crisis! - Hoofdinhoud
De EBN organiseerde, in samenwerking met ELEC (European League for Economic Cooperation), een EU-Poort over de financiële crisis, Nederland en Europa. Een hoogst actueel onderwerp – dat we bespraken daags na belangrijke stemmingen in het Europees Parlement, en aan de vooravond van de presentatie van de Nederlandse Miljoenennota.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Op donderdag 15 september organiseerde de EBN, in samenwerking met ELEC (European League for Economic Cooperation) de EU-Poort ‘Onderling afhankelijk, onderling aansprakelijk: weg uit de crisis!’ Na een kort welkomstwoord door Marko Bos was het woord aan prof. dr. Arnoud Boot, hoogleraar ondernemings-financiering en financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam, dr. Wim Boonstra, chef econoom bij Rabobank Nederland en docent geld- en bankwezen aan de Vrije Universiteit, en aan gespreksleider Marijn Jongsma, redacteur Financiële Markten van het Financieele Dagblad.
De crisis is complex
Arnoud Boot valt met de deur in huis met de vaststelling dat we te maken hebben met een complexe, multidimensionale crisis. Het bancaire systeem staat onder druk, er is sprake van terugvallende economische groeicijfers, verschillende werelddelen delen in de economische malaise en een duidelijke groeimotor in de wereld ontbreekt. De huidige toestand dient dan ook implicaties te hebben voor het beleid van het Nederlandse kabinet. Binnen de grenzen van de kredietwaardigheid moeten de bestedingen op peil blijven en is structuurversterking nodig.
Voor verdergaande integratie democratische legitimatie nodig
Waar staan we met betrekking tot de europroblematiek? Er zijn voorstanders van verdergaande fiscale integratie (bijvoorbeeld Wim Boonstra die pleit voor euro-obligaties). Hierin schuilt echter een gevaar. Boot vindt dat zo’n onomkeerbare stap in de richting van een fiscale integratie – waarbij lidstaten hoofdelijk garant gaan staan voor elkaars schulden – niet tot stand mag komen zonder afdoende democratische legitimatie. Daarnaast is de vraag hoe je dan druk op de ketel houdt bij landen die hun beleid moeten aanpassen. De structuur van een land kun je ook niet van de ene op de andere dag veranderen. Vluchten in een fiscale unie is dan ook geen oplossing voor de huidige crisis in Europa.
Griekenland perspectief bieden
Er is volop aandacht voor het besmettingsgevaar van de crisis in Griekenland. Dat gevaar is vooral politiek van aard. Financiële markten vragen zich af of eurolanden voor elkaar instaan. Het is de vraag of de suggestie vanuit het ministerie van financiën om Griekenland te laten vallen, en het signaal dat daarvan uitgaat dat Europese regeringen niet langer bereid zijn om de problemen gezamenlijk op te lossen, verstandig is. Dit impliceert een vertrouwenscrisis tussen de Europese leiders en de Griekse leiders. De schuldenlast van Griekenland is te zwaar voor het land om zelf te kunnen dragen. Een herstructurering van de Griekse schuld is nodig. De vraag is of het land daarna in de vaart der volkeren mee kan. Een land is geen bedrijf; het is nodig om Griekenland licht aan het eind van de tunnel te bieden. Daarvoor is een soort Marshallplan nodig, er moeten strategische investeringen gedaan worden. De eurolanden dienen zich op te stellen als partner van Griekenland in ruil voor een bepaalde mate van zeggenschap.
Vorige week bracht het kabinet in een ingezonden brief in The Financial Times en een brief aan de Tweede Kamer een lange termijn houdbaarheidsarrangement voor de euro naar buiten, met de boodschap dat Griekenland kan kiezen voor uittreden. Dat is geen probleem. Maar politici zijn doorgegaan met het maken van opmerkingen over het failliet van Griekenland, zonder dat er maatregelen op tafel liggen om aan de geformuleerde conclusies acties te verbinden. Dit heeft geleid tot vertrouwensverlies.
Het kabinet heeft aangegeven dat fiscale integratie en eurobonds geen oplossing bieden in deze crisis en is voorstander van een escalerende interventieladder (het niet langer uitkeren van structuurfondsen, het ontnemen van stemrecht en de verplichting dat een begroting voordat deze op nationaal niveau goedgekeurd wordt eerst goedgekeurd dient te worden door Europa). Op zich zijn deze oplossingen legitiem, maar de grote vraag blijft of deze op papier logische escalatieladder in de praktijk afgedwongen kan worden. Een land is per slot van rekening geen bedrijf.
Verwevenheid bankwezen als probleem
Hoe houden we de eurozone dan wel stabiel? In de komende jaren dienen mechanismen voor vroegtijdig ingrijpen ontwikkeld te worden. Deze mechanismen dienen aan de Europese bevolking voorgelegd te worden om democratische legitimering te borgen. Het kabinet constateert dat het ontrafelen van de euro onwenselijk en heel ingewikkeld is. Bovenal is het een politieke keuze geweest om het monetaire stelsel ingewikkeld te maken. Het systeem dient in de toekomst dan ook transparant te worden opgezet inclusief de mogelijkheid om uit te treden. Er is geen reden om de dynamiek van de geschiedenis te ontkennen. De monetaire unie hoeft er niet voor altijd hetzelfde uit te zien. Het knelpunt zit in de verwevenheid van het bankwezen.
Politiek laat het afweten
Dr. Wim Boonstra onderschrijft het belang van democratische legitimatie, maar constateert dat op het moment dat landen uit de Euro kunnen stappen, zij ook de interne markt verlaten, behalve wanneer ervoor wordt gekozen om de monetaire unie fundamenteel te herzien. Destijds is onvoldoende uitgelegd waarom de EMU is opgezet. Wim Boonstra kan zich er over opwinden dat zowel in voorlichtingscampagnes als in politieke debatten geen aandacht uitgaat naar wat Europa Nederlanders brengt. De negatieve effecten die de besluiteloosheid in Europa teweeg brengt (voor de welvaart, pensioenen etc.) vormen ook geen onderdeel van het debat.
Slechtste land bepaalt het beeld
Het is belangrijk om na te denken over de vraag hoe we de euro kunnen consolideren, zodat deze crisis zich in de toekomst niet meer kan voordoen. Gemiddeld gezien zijn in de eurozone de overheidstekorten laag en is er tevens sprake van een lage staatsschuld; de echte probleemlanden zijn Japan, de VS en het VK (zie ook de grafiek). Maar in de praktijk bepaalt het slechtste, marginale land waar de eurozone staat. En dat is Griekenland – een land dat goed is voor 1,5% van het EU-bnp en 3% van de totale staatsschuld van de EU-lidstaten. Binnen ons land lossen we zulke financiële problemen met gemeenten (Lelystad bijv.) op met ondercuratelestelling via art. 12.
Kruiselingse garantie als oplossing
Onderwijl drogen de financiële markten op; we bevinden ons in eenzelfde situatie als ten tijde van het faillissement van Lehman Brothers. Amerikaanse en Aziatische banken lenen geen dollars meer aan Europese banken. Ze houden er namelijk rekening mee dat het met de euro serieus mis kan gaan. Hoe komt het dat het euroland dat er het slechtste voorstaat, de marge bepaalt? Ter vergelijking: de Rabobank bestaat in Nederland uit 150 entiteiten – allemaal relatief kleine banken. Geen enkele bank kan alleen de financiële markt benaderen. Individueel komen de banken nooit in aanmerking voor een triple A rating, maar door een kruiselingse garantie – iedereen staat garant voor iedereen – kan dit wel. Voor de Rabobank geldt dat het collectief sterker is dan de afzonderlijke delen. In Europa is het collectief daarentegen minder sterk dan de afzonderlijke delen.
Disciplinering via euro-bonds
Iedere financiële crisis in de geschiedenis geeft eenzelfde beeld: financiële markten zien bepaalde fundamentele ontwikkelingen niet (of ze worden goedgepraat) en van de ene op de andere dag slaat het sentiment geheel onverwachts om. Een serieus probleem wordt ineens een kritieke situatie. Omdat niet op tijdige en passende disciplinering door financiële markten kan worden gerekend, stelde Wim Boonstra al aan het begin van de jaren negentig euro-obligaties voor. Als je dit instrument slim vormgeeft, kan het lidstaten disciplineren. Maar als je nu onder de druk van het moment kiest voor een verkeerde vormgeving, kan dit veel schade doen. Je kunt een euro-obligatiestelsel niet in een weekend tot stand brengen. Als je euro-obligaties wilt invoeren, dan heb je kruiselingse garanties nodig. Dat vereist democratische legitimatie, strenge governance en goede sancties. Als de regels niet worden nageleefd, moet je effectief kunnen ingrijpen. Het is dan ook cruciaal dat er goed wordt nagedacht over de wijze waarop euro-obligaties vorm dienen te krijgen. Aan de euro-obligaties kun je bijvoorbeeld een opslagpremie in de rente verbinden, naarmate een land verder afwijkt van de criteria van het stabiliteitspact. Dat is beter dan andere voorstellen voor euro-bonds waarbij het rentepercentage niet of onvoldoende verschilt naar gelang het risico. Een belangrijk voordeel van de invoering van euro-bonds is dat door de centrale financiering van tekorten de huidige versplintering van de euro-obligatiemarkt wordt opgeheven.
Andere sanctiemechanismen nodig
De huidige, financiële sancties op overtredingen van de spelregels zijn niet effectief. Ze zijn of te klein om te bijten, of zo groot dat ze het probleem alleen maar groter maken. Het is zaak om de verantwoordelijke politici aan te pakken, door een land bij een hoge staatsschuldquote het stemrecht te ontnemen.
Welke oplossing voor deze crisis ook wordt gekozen, we zullen verder moeten integreren. Voortkabbelen is geen optie. Na Griekenland wordt een nieuwe zwakke broeder de focus van speculanten, met het gevolg dat de EMU als een ui wordt afgepeld.
Volgens Wim Boonstra is de Europese Centrale Bank (ECB) de enige instelling die direct kan leveren. Als de politiek vandaag zegt we gaan het zo doen, dan moet het besluit de volgende dag geïmplementeerd kunnen worden. Er blijft hoe dan ook een noodfonds van voldoende omvang nodig. Het is een illusie dat je met strengere stabiliteitspacten en sancties kunt voorkomen dat er af en toe een land in de problemen komt. Je moet in Europa een systeem ontwikkelen dat zonder al teveel geharrewar en publieke onzekerheid tot aanpassingen kan leiden.
Discussie
Na de twee prikkelende inleidingen kwamen er verschillende vragen uit de zaal. Een kernvraag is hoe het permanente noodfonds (ESM) effectief gemaakt kan worden. Hiervoor is volgens Arnoud Boot een vereiste dat de governance van het noodfonds goed gedefinieerd wordt en dat duidelijk is hoe en wanneer je een beroep kunt doen op het geld in het fonds. Wim Boonstra ziet in het ESM een tussenstap richting euro-obligaties; alleen biedt deze oplossing niet de voordelen ervan de euro-obligaties. Boot vindt het gevaarlijk om teveel gewicht te hechten aan het efficiency-argument van bankiers voor diepe obligatiemarkten; de democratische legitimatie moet de doorslag geven. In dat verband kan Boonstra zich voorstellen dat een kerngroep van kredietwaardige lidstaten met een gezamenlijke financiering van overheidstekorten begint.
De vraag naar de democratische legitimatie van overheidsingrijpen op EU-niveau riep ook een fundamentele vraag op naar de legitimatie van de invloed die markten in een kapitalistisch systeem uitoefenen.
De EU poort werd afgesloten door de voorzitter van de EBN Godelieve van Heteren. Zij dankte beide sprekers, gespreksleider Marijn Jongsma en de overige participanten hartelijk voor een boeiende en inhoudsvolle bijeenkomst.
Gera Arts
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
In aanloop naar de bijeenkomst van deze EU-poort zijn er verschillende opiniestukken verschenen in de nieuwsbrief van EBN:
Wat aan een Europese ‘economische regering’ ontbreekt
Jarenlang hebben ze geloofd in ’peer pressure’, de regeringsleiders van de EU-lidstaten. Ze maakten plechtige afspraken over de Lissabon-agenda, en over een verbeterde uit voering daarvan. Misschien namen ze echt elkaar binnenskamers de maat over wat er in hun respectieve landen niet goed ging. Maar het hielp weinig. Thuis moet iedere regeringsleider tenslotte zijn parlement en zijn kiezers overtuigen, en de boodschap dat, zeg, de Duitse Bondskanselier het gebrek aan dynamiek in de Italiaanse economie zorgelijk vindt komt daar vast niet hard aan.
Herstel van stabiliteit van de Eurozone in tien stellingen
stelling 1: De crisis rond Griekenland kon ontstaan doordat de andere lidstaten en de financiële markten lange tijd niet hebben opgelet en omdat we zelf zo min mogelijk Europese inmenging in ons beleid wensten – en daarbij jarenlang zelfs afspraken over controle van nationale statistieken tegenhielden.
De toekomst van de euro
Lucratieve zaak voor de Nederlandse schatkist, die grote Europese schuldencrisis. Tenminste, zolang de regeringen van Portugal, Ierland en Griekenland blijven betalen voor de financiële steun die de rest van Europa ze verschaft. Op iedere onder Nederlandse garantie aan de drie probleemlanden uitgeleende euro wordt een kleine drie procent toeslag geheven boven de rente waartegen het geld op de kapitaalmarkt wordt geleend. Via de Europese Commissie komt dat geld uiteindelijk aan Nederland ten goede in de vorm van een kleinere bijdrage aan de EU-begroting. Alleen, blijven ze betalen?
Een aantal lidstaten van de Europese Unie kampt met grote financiële problemen. Vooral landen in Zuid-Europa, maar ook Ierland ontvangen reeds hulp vanuit de EU en het IMF. Door drastisch te bezuinigen en met steun van buitenaf proberen deze landen hun huishoudboekje weer op orde te brengen en het vertrouwen in de euro te herstellen.
Ondertussen wordt er in de EU gewerkt aan een beter gemeenschappelijk economisch beleid om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Zowel de Europese regeringsleiders en staatshoofden als de Europese instellingen hebben diverse plannen gepresenteerd en maatregelen genomen. Omdat het Verenigd Koninkrijk een veto uitsprak over voorstellen om het huidige Verdrag van Lissabon aan te passen, hebben de zeventien euro-landen samen met nog tenminste zes andere EU-lidstaten besloten een apart verdrag op te stellen: het 'begrotingspact' genaamd.
Op de Europese top van 8-9 december 2011 werd al afgesproken de regels voor begrotingsdiscipline in het groei- en stabiliteitspact aan te scherpen. De Europees Commissaris voor economische en monetaire zaken heeft bevoegdheden gekregen om hierop toezicht te houden. Dit leidde in januari 2012 al tot aanpassing van de begroting in België om daarmee een boete te voorkomen.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Nieuwsbrief EBN
Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van de EBN:




